Spring naar inhoud

Bericht Raad van Toezicht

Bericht Raad van Toezicht

De Raad van Toezicht (RvT) van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) legt in dit hoofdstuk verantwoording af over het toezicht op de werkzaamheden en de uitvoering van zijn bevoegdheden in het jaar 2025. De EUR hanteert de Code Goed Bestuur Universiteiten 2020 (Universiteiten van Nederland, UNL). 

Aan het slot van dit hoofdstuk reflecteert de RvT op het verslagjaar.

Samenstelling Raad van Toezicht

Rekening houdend met het karakter van de universiteit, de activiteiten en de gewenste deskundigheid heeft de RvT een profielschets opgesteld voor zijn omvang en samenstelling. Deze profielschets is openbaar en staat  op de EUR website. Zie voor verdere toelichting Raad van Toezicht | Erasmus University Rotterdam.

De RvT is zo samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar, het CvB en andere belanghebbenden onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De leden van de RvT worden voor een periode van vier jaar benoemd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W) en de RvT legt aan deze minister verantwoording af. In de Raad van Toezicht is 60% man en 40% vrouw.

De samenstelling van de RvT bleef in 2025 ongewijzigd en als volgt:

  • Prof. dr. Jaap Winter – voorzitter RvT
  • Prof. dr. Ellen Giebels – vicevoorzitter RvT en voorzitter Kwaliteitscommissie
  • Dr. Rahul Vas-Bhat – voorzitter Auditcommissie
  • Drs. Angelique Berg – lid Auditcommissie
  • Prof. dr. Elmer Sterken – lid Kwaliteitscommissie

Commissies

De RvT heeft een Auditcommissie en een Kwaliteitscommissie.

Auditcommissie

De Auditcommissie richt zich op het financieel beleid van de EUR (waaronder de interne controle en risicobeheersing) en op de bedrijfsvoering. De externe accountant rapporteerde periodiek zijn bevindingen in de Auditcommissie.

De Auditcommissie vergaderde in 2025 vier keer en adviseerde tijdens deze vergaderingen onder meer over:

  • De EUR Meerjarenbegroting, de EUR Jaarrekening en de Erasmus Perspectives (de kadernota); 
  • De bevindingen in de Managementletter van de accountant en het accountantsverslag;
  • Verschillende periodieke financiële rapportages en doorrekeningen, bijvoorbeeld over de invloed van het beleid van ministerie van OC&W, in het bijzonder de bezuinigingsplannen van het kabinet en de gevolgen van de Wet Internationalisering in Balans;
  • De 1 oktobertelling van instroomcijfers en de impact op de financiering;
  • De interne allocatie van middelen naar faculteiten en diensten, ten behoeve van de primaire doelen voor onderwijs, onderzoek en valorisatie en de koppeling met de EUR Strategie 2030;
  • EUR Business Continuity Management en EUR Corporate Risk Management en de voortgang op Integrale Veiligheid en Kennisveiligheid;
  • De Interne Auditfunctie: de Audit& Reviewagenda, de uitkomsten van audits en de opvolging van actiepunten;
  • Financiële halfjaarrapportage van de vastgoedstrategie Campus in Ontwikkeling en de vastgoedplannen op korte en middellange termijn inclusief de voortgang op de renovatie van het monumentale Tinbergen gebouw;
  • Resultaten en verbeterpunten met betrekking tot het EUR Inkoopbeleid;
  • Voorbereiding op de implementatie van het nieuwe bedrijfsvoeringssysteem;
  • IT (Informatiebeveiligingsplan, risicosignalering, cybersecurity);
  • Vorderingen op de registratie van nevenfuncties van hoogleraren en overig personeel;
  • De mogelijke gevolgen van de aangescherpte beleidsregel van het Ministerie van OC&W ten aanzien van ‘investeren met publieke middelen in private activiteiten’.

Kwaliteitscommissie

De Kwaliteitscommissie richt zich op de kwaliteit van onderwijs en onderzoek en het borgen en stimuleren van deze kwaliteit binnen de EUR en in samenwerkingsverbanden.

De Kwaliteitscommissie vergaderde in 2025 vier keer. Tijdens deze vergaderingen besprak de commissie onder meer de volgende onderwerpen:

  • Versterking interne kwaliteitszorg;
  • ITK dossier;
  • Internationalisering;
  • Proces inzet Bestuursakkoordmiddelen;
  • Grant succes;
  • Ontwikkeling CLI;
  • Erkennen en waarderen;
  • Leven Lang Ontwikkelen;
  • Inzichten in-, door- en uitstroomcijfers;
  • Benoemingen van hoogleraren.

Overlegstructuur van de RvT met het CvB, de decanen en de Universiteitsraad

In de rol van de RvT als werkgever van het CvB zijn er in 2025 door de RvT evaluatiebesprekingen gevoerd over de samenwerking met het CvB als geheel en met de afzonderlijke CvB-leden. De RvT heeft zich bij de beloning van de leden van het CvB strikt geconformeerd aan de Wet Normering Topinkomens. Dit gold overigens ook voor de beloning van de leden van de RvT zelf.

De RvT zag, als onderdeel van zijn taak, toe op de rechtmatige verwerving en doelmatige en rechtmatige besteding van middelen en op de vormgeving van het systeem van kwaliteitszorg. De RvT kwam in 2025 vier keer in een reguliere vergadering bijeen met het CvB, één keer in een strategiesessie met de decanen en het CvB en één keer in een tweedaagse strategiesessie met het CvB. De RvT zorgde er gedurende het hele jaar voor dat tijdens de vergaderingen een gevarieerd scala aan onderwerpen werd besproken met het CvB waardoor een breed beeld kon worden verkregen van de organisatie. In de vergaderingen van de RvT met het CvB werden in 2025 vanuit de wettelijke bevoegdheid van de RvT onder meer de onderstaande documenten besproken en goedgekeurd:

  • EUR Jaarverslag en Jaarrekening 2024; 
  • EUR Begroting 2026-2030;
  • EUR Bestuurs- en Beheerreglement (BBR) 2026;
  • De EUR Strategie 2030.

Naast de wettelijke taken sprak de RvT met het CvB over uiteenlopende onderwerpen waaronder:


  • Samenwerking binnen allianties en internationale samenwerkingen met instellingen en de maatschappelijke rol van de EUR; 
  • Sociale veiligheid: de maatschappelijke tendens en de aanpak van de EUR; 
  • Integrale veiligheid met periodieke updates van de situatie op de campus naar aanleiding van de geopolitieke situatie, maatschappelijke stromingen en conflicten; 
  • Kennisveiligheid: bewustwording, beleid en plan van aanpak met een tijdlijn voor de verantwoording richting het Ministerie van OC&W; 
  • Weerbaarheid van de Universiteit, waaronder de oprichting van een centraal EUR Business Continuity Management, Corporate Risk Management en de bepaling van de Risk Appetite van het CvB en de RvT ten aanzien van verschillende onderwerpen;
  • Campus in Ontwikkeling: de toekomstvisie op vastgoed en gebruik van de campus;
  • De Instellingstoets Kwaliteitszorg EUR, als onderdeel van het Programmaplan Versterking Kwaliteitszorg EUR 2024-2027.

De RvT bracht volgens schema fysieke bezoeken aan faculteiten. Tijdens ieder bezoek nam de RvT uitgebreid de tijd om de actualiteiten met betrekking tot de betreffende faculteit te bespreken, als ook de blik naar de toekomst en de aandachtspunten die daarvoor relevant zijn. De gemeenschappelijke strategische thema’s werden besproken in een gezamenlijke strategiesessie van de RvT met de decanen en het CvB in het voorjaar van 2025. De voorzitter van de RvT sprak daarnaast de decanen in een- op-een-gesprekken.

Er was in 2025 meermaals overleg van de RvT en het CvB van de EUR met de RvT en RvB van Erasmus MC, in het kader van de Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. Daarbij werd een aantal gemeenschappelijke onderwerpen besproken, zoals het welzijn en de sociale veiligheid van medewerkers en studenten en het percentage vrouwelijke hoogleraren in het kader van de doelstellingen op het gebied van diversiteit en inclusie. Ook werd er gesproken over de financiële gevolgen van de bezuinigingen door het kabinet en de strategische samenwerking met gemeenschappelijke partners.

In het verslagjaar sprak de RvT tweemaal met het presidium van de Universiteitsraad (UR) over actuele onderwerpen en gedeelde aandachtspunten. De RvT ervoer deze gesprekken als positief en constructief. De RvT gaf naar aanleiding van deze besprekingen aan het CvB een aantal aandachtspunten mee met een advies voor vervolgbespreking.

Overleg voorzitter RvT met andere Nederlandse universiteiten

In het verslagjaar 2025 kwamen de voorzitters van de Raden van Toezicht van de Nederlandse universiteiten tweemaal bijeen in hun landelijk overleg. Dit gebeurde onder voorzitterschap van de voorzitter RvT EUR. Hierbij kwamen o.a.de mogelijke gevolgen van begrenzing van toestroom van internationale studenten op de universiteiten volgens de Wet Internationalisering in Balans ter sprake.Ook werd uitgebreid gesproken over de sociale veiligheid op universiteiten en de ervaringen met demonstraties op de universiteitscampussen naar aanleiding van de geopolitieke situatie.

Strategische allianties

Deelname van de EUR in verschillende regionale, landelijke en internationale samenwerkingen en strategische allianties stond regelmatig ter bespreking op de agenda.

De Convergentie EUR-TU Delft-Erasmus MC is in 2019 opgericht om vanuit verschillende perspectieven een integrale aanpak te bieden voor complexe maatschappelijke problemen. De RvT is in verschillende besprekingen door het CvB op de hoogte gehouden en betrokken geweest bij dit samenwerkingsverband, waarvan het uiteindelijke doel is het creëren van maatschappelijke impact met de regio als ‘living lab’. In de raamovereenkomst, getekend in 2021, zijn ook afspraken over bedrijfsvoering binnen de Convergentie vastgelegd die worden gecoördineerd vanuit het Convergence Office. Voor de Convergentie is een eigen governance-structuur ingericht met een Convergence Executive Board en een Convergence Supervisory Board. In de laatste neemt de voorzitter van de RvT deel. 

De EUR vormt samen met de Universiteit van Leiden en de TU Delft het samenwerkingsverband LDE. Deze samenwerking staat in het teken van multidisciplinair onderwijs op het snijvlak van techniek en samenleving. Ook deze samenwerking werd regelmatig besproken in de vergadering van de RvT met het CvB.

Voor UNIC, een Europees samenwerkingsverband van acht universiteiten is de EUR penvoerder. De resultaten van het samenwerkingsverband kwamen aan de orde in gesprekken met het CvB.

Zelfevaluatie van de RvT

In overeenstemming met wettelijke bepalingen bewaakt de RvT de kwaliteit en het functioneren van de individuele leden en van de RvT als geheel. Ook over het verslagjaar 2025 vond een zelfevaluatie plaats. Daarbij is de input van het CvB over de samenwerking betrokken. Aan bod kwamen de ontwikkelingen in het kennis- en vaardighedenniveau van de leden en de rol van de RvT en aanvullende bevoegdheden van de RvT. Voorts werd gesproken over de dialoog met het CvB over verdieping van inzichten in belangrijke toekomstbepalende thema’s voor de EUR, op grond van actuele informatievoorziening vanuit de EUR, samenwerkingsverbanden, de maatschappij en het Ministerie van OC&W.

Reflectie van de RvT

Als impactgerichte en ‘engaged’ universiteit ondervond de EUR in ook in 2025 weer volop de invloed van de geopolitieke en maatschappelijke actualiteit op het onderwijsaanbod, maatschappijgerichte onderzoeken en samenwerkingsverbanden. De vraag over: ‘met wie werken wij eigenlijk samen?’ voerde steeds vaker de boventoon, bijvoorbeeld waar het ging om de fossiele industrie en bij allianties met instellingen in verschillende landen. Daarmee kwam ook een bredere discussie op gang over wat de universiteit wetenschappelijk verantwoord acht en hoe zij wetenschappelijke integriteit en academische vrijheid kan blijven waarborgen.

Als RvT hebben wij ervaren dat de EUR goede stappen zet om met deze vraagstukken om te gaan, bijvoorbeeld door het inrichten van een kader voor samenwerking met fossiele industrie en een afwegingskader voor kennisveiligheid en voor gevoelige samenwerking met instellingen in het buitenland. Daarbij werd steeds uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheid van faculteiten. Tegelijkertijd nam het CvB waar nodig ook een centraal besluit wanneer het oordeelde dat een instellingsbrede afweging de richting aan de besluitvorming moest aangeven. Een voorbeeld daarvan is wanneer een overkoepelende ethische kwestie aan de orde is of wanneer de veiligheid van medewerkers en studenten in het geding komt.

Juist dit balanceren tussen maximale faculteitsverantwoordelijkheid en -vrijheid enerzijds en het bewaken van de overkoepelende doelen en waarden op strategisch niveau anderzijds, maakte 2025 een bijzonder en intensief jaar. Juist bij een Social Studies & Humanities (SSH) universiteit als de EUR is het belangrijk dat de beweging wordt gemaakt samen met de community en dat regelmatig wordt gecheckt of medewerkers en studenten zich nog goed vertegenwoordigd voelen door hun faculteit en door hun universiteit. Ruimte voelen voor het kenbaar maken van een eigen standpunt stond centraal, waarbij het steeds een uitdaging was om de meerderheid die zich normaliter niet uitspreekt een stem te geven. De RvT zag hoe het CvB, steeds gemotiveerd en met wisselend succes, in gesprek ging met de EUR-gemeenschap. De regelmatige demonstraties en casuïstiek op de campus in het kader van de situatie in Gaza en Israël maakten onvermijdelijke polarisatie zichtbaar. De verharding van standpunten veroorzaakten ongemak en spanning in de gemeenschap. De inspanning van het CvB is er terecht steeds op gericht om steeds weer gelegenheid te bieden tot gesprek en evaluatie. In een universiteit moeten standpunten kunnen worden uitgedragen, ook met emotie, maar dit vraagt van iedereen het wederzijds respect dat noodzakelijk is om een gemeenschap te kunnen blijven vormen. Ook werd de kans goed benut om met de gemeente Rotterdam op te trekken in een gezamenlijke aanpak. De RvT heeft het CvB regelmatig bevraagd op zijn eigen bestuurlijke ervaringen en daarbij ook coachend meegedacht over de meest gewenste aanpak.

De strategische koers van de universiteit is in 2025 in een degelijk traject met inspraak van de universitaire gemeenschap, samenwerkingspartners en maatschappelijke partners besproken en opnieuw vastgesteld in de EUR Strategy 2030. De nieuwe strategie biedt een heldere toekomstvisie waarmee de EUR zich als SSH universiteit stevig positioneert als ‘engaged university’ die door middel van maatschappelijke betrokkenheid een verschil kan maken in de regio en wereldwijd toonaangevend kan zijn op het gebied van baanbrekend onderwijs en onderzoek. In deze financieel onzekere tijden, volgend uit de kabinetsbezuinigingen op het Hoger Onderwijs en de Wet Internationalisering in Balans, zal deze duidelijke positionering gaan helpen om de onderwijs- en onderzoeksdoelen scherp te maken en te realiseren.

Het voortduren van onzekerheid over financiële kaders vanuit het Ministerie van OC&W) gedurende het jaar, volgend uit onduidelijkheid met betrekking tot het kabinetsbeleid, maakte het navigeren van de universiteit lastig. De RvT constateert dat het CvB een stevige rol speelde in het tot stand komen van goede afspraken tussen de gezamenlijke universiteiten in het kader van de zelfregie opdracht van Min OCW.

De RvT concludeert dat het CvB in 2025 voortgang boekte ten aanzien van het strategische perspectief van de EUR als maatschappelijk betrokken universiteit. Tegelijkertijd toonde het CvB weerbaarheid doordat het goed in staat was om de gevoelde gevolgen van externe invloeden, zoals de geopolitieke discussies en onzekere (financiële)overheidsmaatregelen, binnen de EUR-gemeenschap te begeleiden, te bespreken en te betrekken in beleid en kaders.

Met nadruk wil ik namens de RvT waardering uitspreken voor de samenwerking met het CvB van de EUR waardoor wij ook in 2025 weer in goede gezamenlijkheid de koers voor de EUR konden uitzetten en bewaken. Uiteraard met waardering voor alle medewerkers van de EUR, zijn leveren dagelijks een grote maatschappelijke bijdrage met hun onderwijs en onderzoek en het faciliteren en mogelijk maken daarvan. Wij realiseren ons zeer dat zij dit het afgelopen jaar hebben moeten doen in een voor universiteiten negatieve politieke context en onder grote maatschappelijke spanningen die ook in de universiteit zichtbaar zijn. Dit maakt onze waardering des te groter.


Raad van Toezicht Erasmus Universiteit Rotterdam,

Prof. dr. Jaap Winter

Prof.dr. Ellen Giebels

Dr. Rahul Vas-Bhat

Prof. dr. Elmer Sterken

Drs. Angelique Berg.