
Erasmus Universiteit (EUR) streeft ernaar om hedendaagse, complexe maatschappelijke uitdagingen beter te begrijpen en met het onderzoek en onderwijs een bijdrage te leveren aan de oplossingen hiervan. Dat lukt alleen door samen te werken met een grote diversiteit aan partners in de academische sector en de bredere publieke en private sector. Ook in 2025 heeft EUR veel geïnvesteerd en bereikt binnen deze samenwerken en zijn nieuwe ontwikkelingen in gang gezet. Allen met als doel om uiteindelijk positieve maatschappelijke impact te creëren.
Impact
Evidence Based Strategy
Het initiatief Evaluating Societal Impact is in 2025 ontwikkeld tot Evidence Based Strategy en ondergebracht in de portefeuille van de Strategic Dean Impact & Engagement. Het initiatief richtte zich op het adviseren over en faciliteren van een governance-structuur voor het realiseren van impact en op het ontwikkelen van instrumenten om die impact en de evaluatie daarvan systematischer te ondersteunen. Het team heeft een Impact Toolbox gelanceerd waarin interne en externe partners gezamenlijk ontwikkelde tools kunnen vinden die helpen hun impactpotentieel te vergroten. Via sociale media, het netwerk, workshops en keynotes op (inter)nationale conferenties kreeg de toolbox brede (inter)nationale zichtbaarheid.
Daarnaast zijn er verdere stappen gezet in de impact-evaluatie binnen de Erasmus Initiatives, de Convergence en binnen de samenwerking met de afdeling Sociale Verloskunde van het Erasmus MC. Ook ontstond een samenwerking met SmartPort. De samenwerking heeft twee doelen: 1. inzicht krijgen in hoe de impact van SmartPort als kennishub kan worden gedefinieerd; en 2. vaststellen welke factoren de opname van het onderzoek kan stimuleren of belemmeren dat SmartPort initieert en financiert.
De EUR stelde in 2024 de Strategic Dean Impact & Engagement aan. Prof. dr. Arwin van Buuren vervult deze rol waarbij met name ingezet wordt op:
- Het als aanjager en ambassadeur verder bouwen aan het profiel van de EUR als ‘engaged’ universiteit en het verder verankeren van engagement als derde portfolio naast onderzoek en onderwijs. Hierbij is expliciete aandacht voor het verankeren van onze duurzaamheidsambities;
- Het als trekker helpen realiseren van Strategie 2030 en de bijbehorende prioriteiten, met een focus op de doorwerking van de impactagenda en het bouwen en versterken van Open Innovatie Netwerken (OIN’s);
- Het als expert adviseren over de te stellen doelen en het monitoren en evalueren van de strategie op het gebied van impact en engagement.
Het afgelopen jaar startte een team rond de Strategic Dean Impact & Engagement bestaande uit diverse experts op het vlak van engaged onderwijs en onderzoek, strategische allianties, Open & Responsible Science, Business Development en duurzaamheid. Het team zette de eerste stappen in het doorontwikkelen van OIN’s.
ERS Team ‘Innovation and Partnerships’
Impact Journey
In 2025 hield Erasmus Research Services (ERS) de vierde editie van de Impact Journey waarin ideeën werden ingebracht, variërend van een serious game over stereotypering tot een citizen science platform voor wetenschappers. De Impact Journey bestaat uit vijf sessies en stelt wetenschappers in staat hun academische werk te vertalen naar maatschappelijke en/of economische impact. Deelnemers definiëren een duidelijke missie, bepalen hun doelgroep, stellen een plan van aanpak en ontwikkelen effectieve communicatiestrategieën.
Routes naar maatschappelijke impact: voorbeelden van ‘Impact Pathways’
Onderzoekers van de EUR ontwikkelden met TU Delft en de provincie Zuid-Holland de ‘Brede Welkaart’, een interactieve kaart die toont waar Nederlandse gemeenten daadwerkelijk aandacht aan besteden en doet dat door te kijken naar de ingediende moties bij raadsvergaderingen. Met behulp van geavanceerde taalmodellen werden meer dan 113.000 gemeenteraadsmoties uit ruim driehonderd Nederlandse gemeenten geanalyseerd. Zo ontstond een lokaal beeld van de aandacht voor brede welvaart. "Je kunt goed zien dat sommige onderwerpen op nationaal niveau worden opgeblazen, bijvoorbeeld voor politiek gewin," stelt initiatiefnemer Kees Krul. Het project werd financieel mogelijk gemaakt door het Convergence-programma Resilient Delta Initiative.
Een ander mooi voorbeeld is de bijdrage vanuit Innovation & Partnerships (I&P) aan het Convergence AI port center. Het project Responsible AI in the Cargo-Handling Sector verkent toekomstige onderzoeksgebieden op het snijvlak van AI en ethiek, arbeidsverhoudingen en technologie-implementatie. Dat gebeurt met aandacht voor de impact van AI op werk, besluitvorming en organisatieprocessen. Er is daarbij aandacht voor transparantie, rechtvaardigheid en verantwoordingsplicht. Voor de EUR onderstreept dit het belang van interdisciplinair onderzoek naar de gevolgen van AI voor werkzekerheid, functies en collectieve onderhandelingen. Tegelijk wijst het rapport op de noodzaak om ethische uitgangspunten te vertalen naar concrete toepassingen en praktische instrumenten.
Spin-off en licentieontwikkeling
Met het succesvol afronden van een licentieovereenkomst met BOLD Expeditions is in 2025 een belangrijke stap gezet in de valorisatie van academische kennis. Deze overeenkomst is het resultaat van een intensief en zorgvuldig traject en vormt de basis voor een duurzame samenwerking met potentieel voor brede maatschappelijke en educatieve impact. De uiteindelijke overeenkomst biedt een helder kader dat zowel de belangen van de universiteit waarborgt als verdere ontwikkeling en verantwoorde opschaling mogelijk maakt.
Daarnaast speelde I&P een actieve rol in de verdere valorisatie van de app ROOM, ontwikkeld binnen het Student Wellbeing Programme om vaardigheden te ontwikkelen die leiden tot beter omgaan met stress en emoties en veerkracht te versterken. In samenwerking met het Erasmus Centre for Entrepreneurship (ECE) en het multidisciplinaire onderzoeksteam is een NWO Take-off fase 1 subsidie verworven. De subsidie maakt het mogelijk om de commerciële en maatschappelijke haalbaarheid van ROOM verder te onderzoeken, met specifieke aandacht voor een duurzaam businessmodel. Doel is om de applicatie als zelfstandige digitale interventie breder beschikbaar te maken buiten de universiteit en zo de impact van wetenschappelijk onderbouwde inzichten op studentenwelzijn en veerkracht te vergroten.
SHINE-netwerk
South Holland Immersive Network & Ecosystem(SHINE-netwerk) verbindt partijen in Zuid-Holland die zich bezig houden met immersive experiences (IX) en versterkt samenwerking binnen het ecosysteem. Immersive experiences, ook wel immersive tech, is een verzamelnaam voor technologieën waarmee iemand in een ervaring wordt ondergedompeld doordat verschillende zintuigen worden aangesproken. Voorbeelden hiervan zijn virtual reality (VR), augmented reality (AR) en mixed reality (MR).
Het initiatief, ontstaan vanuit regionale overheden, wordt door het I&P-team verder ontwikkeld tot een zelfstandige community.
Arts, Culture, and Creativity Community (A3C)
De Arts, Culture, and Creativity Community (A3C) verbindt onderzoekers en partners uit onder meer culturele economie, sociologie, zorgbeleid, digital humanities, immersieve sector en public policy. Dat gebeurt om de zichtbaarheid en impact van onderzoek in de kunst, cultuur en creatieve sector binnen EUR te versterken. Inmiddels telt de community ruim 230 leden, waarvan 70% van de EUR en 30% extern. A3C stimuleert samenwerking rond urgente maatschappelijke vraagstukken en versterkt verbindingen tussen EUR en het culturele ecosysteem in Rotterdam. Zo zijn via A3C onder meer nieuwe verbindingen gelegd tussen onderzoekers, EUR-impact centers en stedelijke partners (onder meer voor SHINE, HefHouse en CultuurCampus Putselaan).
Een belangrijk internationaal hoogtepunt was de organisatie van de 23e International Conference on Cultural Economics (ACEI 2025) op de EUR, gehouden van 24 tot en met 27 juni. In 2025 werden daarnaast meerdere A3C Connects bijeenkomsten georganiseerd, die direct bijgedragen hebben aan de ontwikkeling van het project Kunst & Cultuur voor Zorg & Welzijn, dat in 2026 wordt uitgevoerd. Hiermee laat A3C zien hoe community-building, onderzoek en maatschappelijke impact elkaar binnen EUR versterken.
Brede Welvaart
De EUR versterkte haar rol binnen het thema brede welvaart. Brede welvaart voegt aan economische ontwikkelingen gezondheid, geluk, leefkwaliteit en sociale veerkracht toe en was in 2025 een belangrijk thema in wetenschap en publieke discussie. Tijdens de jaarlijkse Rotterdamlezing over brede welvaart is het perspectief dat welvaart meer is dan alleen economische groei nader verkend, waarbij de relatie tussen gezondheid, welzijn, leefomstandigheden en duurzame ontwikkeling expliciet werd belicht.
De universiteit bracht kennis in binnen twee Regio Deals waarin brede welvaart centraal staat. Met interdisciplinair onderzoek droeg de EUR bij aan het begrijpen van maatschappelijke transities en het verbinden van lange-termijnkwaliteit van leven met regionale innovatie en veerkracht. Deze inzet ondersteunt regionale partners in het ontwerpen van strategieën die economische, sociale en ecologische doelstellingen integreren. Vernieuwende inzichten zijn ook geleverd met de whitepaper over de economie van Zuid-Holland, opgesteld in samenwerking met de LDE-alliantie.
Erasmus Professors
Op de Dies Natalis 2025 werd de vijfde Erasmus Professor bekendgemaakt, prof. dr.Vincent Jaddoe (Erasmus MC). De Erasmus Professors zijn inspirerende, vooraanstaande, transdisciplinair werkende teamspelers die ambassadeurs zijn van de EUR impactmissie. Zij werken door de complementariteit van hun verschillende profielen, vanuit diverse vakgebieden en vanuit de Erasmiaanse waarden samen aan het creëren en zichtbaar maken van maatschappelijke impact. Samen vormen de Erasmus Professors de ‘Erasmus Table’, waar hun onderlinge verbinding en de synergie in hun programma’s zichtbaar wordt. Met de benoeming van Jaddoe is de vijfde, en voorlopig laatste, plaats aan de tafel gevuld.

Open Innovatie Netwerken
Maatschappelijke betrokkenheid is een kernonderdeel van het profiel van de EUR. Als engaged university verbindt de universiteit onderwijs en onderzoek met maatschappelijke vraagstukken en dat doet ze vanuit academische onafhankelijkheid en in nauwe interactie met de samenleving. Open Innovatie Netwerken (OIN’s) zijn één van de manieren waarop deze betrokkenheid duurzaam en structureel vorm krijgt: als samenwerkingen waarin publieke, private en maatschappelijke partners op gelijkwaardige basis werken aan gedeelde opgaven.De vier Erasmus Initiatives en de interne communities die zich rond de speerpunten van het sectorplan SSH vormden, spelen een cruciale rol in de verdere verankering van deze netwerken.
In 2025 heeft de EUR, samen met alle faculteiten en het College van Bestuur, de contouren van Open Innovatie Netwerken verkend. Principes als wederkerigheid, co-creatie en een lange termijnoriëntatie stonden daarbij centraal. Tegelijkertijd is bewust gekozen voor een lerende benadering, waarbij richting ontstaat door te doen, te reflecteren en bij te stellen. Deze lerende en iteratieve aanpak past bij de aard van de complexe maatschappelijke vraagstukken waaraan de EUR bijdraagt.OIN’s ontwikkelen zich in samenhang met de context en de partners die hierbij betrokken zijn en sluiten aan bij de rol van de universiteit als kennisinstelling die leert in en met de praktijk.
Om deze ontwikkeling vorm te geven, is gekozen voor focus. In 2025 zijn twee thema’s geselecteerd waar maatschappelijke urgentie, bestaand momentum en de expertise van de EUR samenkomen: Toekomstbestendige Haven en Weerbare Samenleving.
Haven, logistiek en stedelijke ontwikkeling
De band van de EUR en de haven bepaalt mede de maatschappelijke rol van de universiteit. Onderzoek en onderwijs rondom haven, logistiek en stedelijke ontwikkeling leveren essentiële inzichten voor het begrijpen van wereldwijde goederenstromen, transities (zoals energietransitie en digitalisering), en de wisselwerking tussen haven en stad. Dit draagt niet alleen bij aan economische en duurzame oplossingen, maar versterkt ook de positie van de EUR als kennispartner in het hart van één van Europa’s belangrijkste havenregio’s. De focus op de haven komt ook tot uiting in samenwerkingssymposia zoals ‘Kennis verbindt haven en stad’, waarin onderzoekers, beleidsmakers en praktijkpartners samen werken aan toekomstbestendige oplossingen.
AI Port Center – Vanuit kennis naar impact in de havenwereld
Het AI Port Center, een strategische samenwerking tussen de EUR en Delft University of Technology, versterkte haar missie om academische AI-kennis met concrete toepassingen in de maritieme en logistieke praktijk te verbinden. Het AI Port Center werkt intensief samen met meer dan vijftig partners uit de havenindustrie en kennisinstellingen om AI-technologieën te ontwikkelen en te implementeren die bijdragen aan efficiëntere, duurzamere en toekomstbestendige portprocessen.
Gedurende het jaar zijn meerdere praktijkgerichte onderzoeksprojecten gerealiseerd, waaronder het Port-Call Data Hub-project dat optimalisatie van havenlogistiek ondersteunt, en diverse Catalyzer-initiatieven rond explainable AI, responsible AI, cyber-security en de toepassing van AI in douaneprocedures. Deze projecten vormen concrete stappen in het benutten van AI voor onder meer containercoördinatie, verstoringsbeheer en slimme logistiek.
Het AI Port Center hield twee succesvolle kennis- en netwerkbijeenkomsten, die de brug tussen academische kennis en praktijk versterkten en bijdroegen aan de verdere profilering van de EUR als toonaangevende partner in AI-innovatie voor maatschappij en economie.
Strategische allianties
Bij de lancering van Strategie 2030 is het belang van strategische samenwerking voor EUR’s impactmissie onderkend door hier een prioriteit van te maken. In een tijd van steeds complexere maatschappelijke uitdagingen, zowel mondiaal als lokaal, is strategische samenwerking de basis voor een beter begrip en aanpak van die uitdagingen. Belangrijke allianties, zoals de internationale samenwerkingen van de Europese Universiteit Alliantie UNIC, de regionale samenwerking binnen Convergence(EUR – TU Delft – ErasmusMC) en Leiden-Delft-Erasmus Universities (LDE)zijn meer en meer verankerd binnen de EUR. Lokale samenwerkingen in Cultuur & Campus en Campus Rotterdam en de regionale samenwerking in de Regiodeals zijn in de komende periode strategische aandachtspunten. Partnerschappen blijven een essentiële focus voor de EUR.
Convergence
In 2025 zette Convergence een belangrijke stap in de richting van een krachtiger, toekomstbestendig samenwerkingsverband.
Na vijf jaar groei en belangrijke ontwikkelingen – zoals de campusplannen van de TU Delft in Rotterdam – heeft de nieuwe Steering Committee Convergence (SteCo) de opdracht gekregen om scenario’s te ontwikkelen voor de verdere doorontwikkeling van Convergence in de komende vijf tot tien jaar. Zo wordt gewerkt aan een sterk, samenhangend en toekomstgericht ecosysteem voor de uitdagingen van morgen.
In 2025 realiseerde Health & Technology initiatieven die onderwijs, onderzoek en klinische praktijk structureel verbinden en innovatie in de gezondheidszorg bevorderen. Het Innovation Lab faciliteert samenwerking voor de ontwikkeling en toetsing van zorgtechnologieën en trainingsmethoden. De Smart One‑stop Support en vier acceleratorprojecten ondersteunen onderzoekers bij het versnellen van de stap van lab naar kliniek. Domeinoverstijgende kennisdeling is gestimuleerd via de Sustainable Health Programs en het Empower‑project. Health & Technology ging verder een nieuwe samenwerking aan met de TU Delft, het Erasmus MC en de EUR voor de ontwikkeling van twee transdisciplinaire research masters; ‘Sustainable Health’ en ‘Future Health’.
AI, Data & Digitalisation speelde in op de groeiende behoefte aan betrouwbare en verantwoorde digitale toepassingen. Daarbij lag de focus op generatieve AI die professionals in de zorg daadwerkelijk helpt. Met de conferentie Responsible AI in Health Care werd een breed publiek van onderzoekers, zorgprofessionals, designers en entrepreneurs samengebracht rond ethische en praktische vragen over AI in de zorg. Daarnaast werd samen met andere partners het RIGH:T‑consortium opgezet voor een veilige en verantwoorde inzet van AI-toepassingen in de zorg. Het consortium ontwikkelt hiervoor een validatieframework.
Initiatieven van het Pandemic & Disaster Preparedness Center benadrukten het belang van kennisdeling en afstemming voor een goede pandemieparaatheid. Realistische simulaties van pandemische scenario’s brachten beleidsmakers en wetenschappers uit uiteenlopende domeinen samen. Het Dutch Pathogens Portal versnelt internationale uitwisseling van gegevens over ziekteverwekkers en bevordert zowel vroegtijdige signalering van pandemieën als beheersing van maatschappelijke en gezondheidseffecten. Verder werkte het Pandemic & Disaster Preparedness Center aan het curriculum voor een interdisciplinair minorprogramma.
Healthy Start liet zien hoe co‑creatie met jongeren, zorgprofessionals en beleidsmakers bijdraagt aan passende zorg die nauw aansluit bij de behoeften van ouders en kinderen. De toolkit die samen met en voor kinderen met een aangeboren hartafwijking wordt ontwikkeld, is hier een voorbeeld van. Via ambitieprogramma’s en het Healthy Starters Fund kregen projecten ruimte om te experimenteren en een grote sprong voorwaarts te maken. Zo is een door TU Delft‑studenten ontwikkelde robot voor moedermelkbereiding uitgegroeid tot een ambitieus zorgproject dat verpleegkundigen ontlast. Verder lanceerde Healthy Start een nieuwe transdisciplinaire onderwijswebsite voor studenten, onderzoekers, docenten en professionals.
Resilient Delta – Klimaatfinanciering en regionale impact
Met twee Regiodeals en een gezamenlijke investeringsimpuls van € 20 miljoen vanuit de Rijksoverheid werkt Resilient Delta aan de toekomstbestendigheid van voormalige groeiwijken en de duurzame ontwikkeling van de sierteeltregio. In deze projecten werken Resilient Delta-onderzoekers nauw samen met gemeenten, waterschappen en regionale partners aan integrale oplossingen die zowel sociale als ecologische veerkracht bevorderen.
Ook werden twee nieuwe labs opgezet. In het NOISELAB wordt de relatie tussen haven- en stadsgeluid en gezondheid en ongelijkheid in havensteden zoals Rotterdam onderzocht. Het Environmental Harm Lab richt zich op de aanpak van milieuschade door industriële vervuiling in havengebieden en daarbuiten. Op deze manier werkt Resilient Delta aan een gezonde omgeving. Daarnaast positioneerde Resilient Delta zich in het netwerk waar wetenschap, beleid en praktijk samenkomen op het gebied van climate finance en regionale weerbaarheid en ten aanzien van innovatieve financieringsoplossingen voor klimaatadaptatie.
LDE
De EUR werkt binnen de alliantie Leiden-Delft-Erasmus Universities (LDE) in onderwijs, onderzoek en engagement, alsook op het vlak van bedrijfsvoering en -processen.
Circa 4800 studenten namen in 2025 deel aan LDE-onderwijs. Zo’n 2300 studenten volgden een gezamenlijke opleiding (verdeeld over vijf bachelors en vijf masters). Daarnaast volgden bijna 2500 studenten keuzeonderwijs in LDE-verband in minoren, honours-programma's, joint interdisciplinairy projects, keuzevakken en scriptiegroepen.
Het LDE-bestuur heeft voor de periode 2025-2028 drie prioriteiten vastgesteld voor het verder verlagen van drempels voor de onderwijssamenwerking. Het betreft periodieke afstemming over de onderwijsportfolio’s, de mogelijkheid om met een eigen instellingsaccount in te loggen bij de partners (dit gebeurt onder de naam EWUU Aliantie met een pilot in samenwerking met SURF en Npuls), en versterken van de eduXchange samenwerking, met SURF en Npuls.
In 2025 is het LLOGO-project van de drie LDE-partners en de Haagse Hogeschool, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en andere externe partijen van start gegaan. Het programma werd mogelijke mede dankzij subsidie vanuit het LLO Katalysator programma. Het programma biedt toepassingen op het gebied van warmtetransitie in bebouwde omgeving. De ervaringen met de innovatieve aanpak worden toegepast voor volgende gezamenlijke LLO-initiatieven.
In diverse groepen werd kennis gedeeld en ontwikkeld, onder andere in de LDE Community of Practice Inter- en Transdisciplinair onderwijs en in groepen op het gebied van minorbeleid, docentprofessionalisering, SKO, LLO, thesislabs, honoursonderwijs, microcredentials en joint degrees en joint minoren. Ook is een nieuwe leergang gestart voor professionals over de migratiesamenleving.
Op gebied van onderzoek is een nieuwe LDE-white paper gepubliceerd over de economie van Zuid-Holland, waarbij Erasmus Professor Frank van Oort een trekkersrol vervulde. Verder ontvingen diverse consortia financiering, onder meer in het kader van de energietransitie en de gezonde samenleving in Zuid-Holland. Het onderzoeksnetwerk Climate & Biodiversity is uitgebreid binnen en buiten de universiteiten en het Global Heritage and Development-programma kreeg een vervolg. Het LDE Centre Governance of Migration and Diversity vierde zijn tienjarig jubileum met een internationale conferentie.
Internationaal is LDE actief met vier nieuwe LDE Global-projecten, gelijkwaardige samenwerkingen met het mondiale Zuiden, en kennisdeling in Indonesië, Vietnam en Marokko over duurzame landschappen en havensteden.
Samenwerking gemeente Rotterdam – EUR
De samenwerking tussen de EUR en gemeente Rotterdam is in 2025 verder verdiept. AI vormt binnen de samenwerking met de gemeente Rotterdam een belangrijk thema. Op initiatief van de gemeente Rotterdam is met het Erasmus Centre for Data Analytics (ECDA) en het Erasmus Initiative Societal Impact of AI (AIpact) het Sociaal AI Lab Rotterdam opgericht. Ook de Kenniswerkplaats Future Society Lab maakt onderdeel uit van de samenwerking. Het Sociaal AI Lab helpt Rotterdammers mee te doen in een wereld die steeds digitaler wordt. In het lab worden bewoners actief betrokken bij het ontwikkelen, begrijpen en beoordelen van AI-toepassingen. Dat gaat van digitale dienstverlening tot zorg en onderwijs.
Om toekomstbestendig ondernemerschap te stimuleren ondertekende wethouder Simons (Haven, Economie, Horeca, Bestuur) een intentieovereenkomst met Erasmus Enterprise, een onderdeel van de EUR. De beoogde samenwerking heeft betrekking op toegang tot talent, netwerken, financiering en nieuwe kennis.Daarnaast is het doel om met onderzoek meer inzicht te krijgen in de toekomstbestendigheid van het mkb.
Zoals ieder jaar werd tijdens de Opening Academisch Jaar door de wethouder de Rotterdam Scriptieprijs uitgereikt in het kader van de samenwerking. De prijs is gegaan naar Meike van Mierlo, ‘De schok achter de voordeur: Een exploratief onderzoek naar de beleving van Rotterdammers van excessief geweld gericht op panden.’
Cultuur &Campus
Waar in 2024 de focus lag op de ontwikkelen van de programmering en de renovatie van Cultuur & Campus Putselaan, is het pand in september 2025 opgeleverd. Hierna konden de partijen – Afrikaanderwijk Coöperatie, BuzinessClub, Codarts, ELIA, Gemeente Rotterdam, Hogeschool Rotterdam, ICLEI, Willem de Kooning Academy en de EUR – en het programmateam, waaronder een nieuwe programmadirecteur en zakelijk directeur, de programmering in de praktijk gaan brengen.
De officiële opening was op 13 november 2025. Het pand wordt nu getransformeerd tot een levendig centrum voor creativiteit, kennis en gemeenschapskracht. Eind 2025 is de samenwerkingsovereenkomst getekend door de betrokken partijen. Dat was een belangrijke mijlpaal in de verdere samenwerking en ontwikkeling van onderwijs en onderzoek aan de Putselaan.
Campus Rotterdam
In 2025 versterkte EUR haar samenwerking in de regio binnen Campus Rotterdam. De TU Delft, gemeente Rotterdam, Erasmus MC, Erasmus Universiteit Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam, Hogeschool Rotterdam, Albeda College, gemeente Delft en provincie Zuid-Holland werken samen aan de positionering van de campus als kennis- en innovatiepool waar onderwijs, onderzoek, zorg en technologie samenkomen. Er zijn gezamenlijke stappen gezet in de voorbereiding van nieuwe onderwijsinitiatieven, waaronder de bachelor Health & Technology. Op 2 juli 2025 omarmde de Strategic Board unaniem de propositie ‘Cruciale schakel in transitieopgaven Nederland’. Daarmee is, onder voorzitterschap van burgemeester Carola Schouten, de ambitie bevestigd om Rotterdam te ontwikkelen tot Europese koploper in grote transities.
EUR-Maatschappelijke Raad van Advies (MRA)
In september 2025 vond de eerste bijeenkomt van de nieuw ingestelde EUR Maatschappelijke Raad van Advies (MRA) plaats. Deze raad bestaat uit zeven leden en een externe voorzitter en adviseert de EUR over de strategische ambitie van het creëren van maatschappelijke impact door middel van ons onderwijs, onderzoek en engagement. De strategic dean impact & engagement speelt in de vertaling van de adviezen van de EUR-MRA een sleutelrol. De EUR-MRA brengt op structurele basis een ‘outside-in’ perspectief in en waarborgt de verbinding met het bredere maatschappelijke veld buiten de academische context.
European Universities Initiative – UNIC
Eind 2025 bevindt UNIC zich halverwege de tweede subsidieperiode. De alliantie werkt op verschillende manieren aan onderwijsinnovatie, onderzoekssamenwerking en stedelijke impact in de Europese context. Door die met elkaar te verbinden ontwikkelt UNIC de vaardigheden en kennis die nodig zijn voor Europees burgerschap en democratische veerkracht. De methodologie is via CityLabs geworteld in lokale gemeenschappen. Daardoor worden oplossingen gecreëerd die lokaal verankerd en transnationaal overdraagbaar zijn.
Tijdens de UNIC Thematic Conference in Malmö (mei 2025) leverde EUR inhoudelijke bijdragen op het gebied van stedelijke duurzaamheid, maatschappelijke impact en engaged research. EUR-wetenschappers namen deel aan panels en workshops over Environmental, Social en Governance (ESG) en duurzame stedelijke transformatie, co-creatie met stedelijke partners en methodologische benaderingen van maatschappelijke impact.
In november kwamen de communities van de verschillende universiteiten samen om te spreken over doorontwikkeling van gezamenlijke opleidingen, duurzame verankering van de alliantie, en maatschappelijke impact en stedelijke partnerschappen. Er vonden ook verschillende City Labs plaats, zoals die in Bilbao over ESG en Finance, waar studenten en onderzoekers van EUR aan deel namen. Het CityLab bood interdisciplinaire colleges en werksessies, directe interactie met lokale beleidsmakers en stakeholders en een bezoek aan de Port of Bilbao.
In december namen meer dan negentig onderzoekers en promovendi uit de alliantie een week lang deel aan het Hidden Cities-programma in Cork, georganiseerd door het Department of Theatre en het Future Humanities Institute. Het programma richtte zich op innovatieve artistieke onderzoeksmethoden, waaronder theater, muziek, fictieschrijven, tekenen en installatiekunst en combineerde theorie met hands-on workshops en experimenten. Deze werkwijzen, ontwikkeld met en binnen het netwerk van UNIC, maken het mogelijk dat lokale pilots worden opgeschaald tot oplossingen op Europese schaal. De diversiteit tussen partnersteden wordt een gedeelde kracht.
Om de onderlinge banden verder te versterken op het gebied van studentmobiliteit heeft UNIC dit jaar ook de Multilaterale Erasmus Interinstitutionele Overeenkomst (IIA) opgezet en getekend. Deze overeenkomst is een aanvulling van de bestaande faculteit specifieke afspraken aan op het gebied van studentmobiliteit. Hiermee worden mobiliteitsprocessen vereenvoudigd en is de zichtbaarheid van UNIC binnen de partneruniversiteiten en ten opzichte van externe stakeholders vergroot.

Diversificatie van inkomstenbronnen
In de EUR Strategie 2030 is het diversifiëren van inkomstenbronnen als prioriteit benoemd. Het doel is om inkomsten uit andere bronnen dan de eerste geldstroom te vergroten. Dit hangt nauw samen met andere prioriteiten uit de strategie. Zo vormen de OIN’s bijvoorbeeld een ecosysteem voor het acquireren van externe middelen en dragen LLO-activiteiten ook bij aan het vergroten van het verdienvermogen. Ook stond de EUR in UNL-verband aan de basis van samenwerkingsafspraken tussen het Ministerie van Defensie en de universiteiten voor de weerbaarheidsopgave. Nog een voorbeeld is de rol die de EUR vervulde in de agenda van de Provincie Zuid-Holland op het gebied van brede welvaart. Naast deze verschillende voorbeelden van meer inhoudelijke focus op diverse inkomstenbronnen, en een sterkere focus op beleidsgedreven onderzoek, is met de implementatie van het projectmanagementsysteem Vidatum ook een belangrijke stap gezet in de verdere professionalisering van de uitvoering van extern gefinancierde projecten.
Onderzoekssubsidies- en prestaties
EUR academici ontvingen ook in 2025 uit competitieve financiering diverse subsidies en prijzen. Hoewel de toekenning vaak aan individuen is, het vaak individuele resultaten betreft, gaat het vrijwel altijd om teamprestaties waarbij zowel collega -academici als professional service medewerkers (zoals controllers, grant support medewerkers en data stewards) een onmisbare bijdrage leverden.