Bestuurlijke afspraken over onderwijskwaliteit en studentenwelzijn
Context
In de beleidsbrief[1] hoger onderwijs en wetenschap en daarbij horend Bestuursakkoord (’22)[2]van voormalig minister Dijkgraaf is vastgelegd dat per 1 januari 2025 de studievoorschotmiddelen (voorheen Kwaliteitsafspraken[3])gecontinueerd zouden worden en structureel via de lumpsumbekostiging aan de instellingen worden toegevoegd.[4]Vanaf 2025 ontvangt de EUR € 22,6 miljoen vanuit deze Bestuursakkoordmiddelen(BAO). Conform de bestuurlijke afspraken zet de Erasmus Universiteit (EUR) deze middelen op zowel instellingsbreed als facultair niveau in voor de (bevordering van de) kwaliteit van het onderwijs. Twee derde van de middelen wordt rechtstreeks toegekend aan de faculteiten (€ 15,2 miljoen) terwijl een derde(€7,7 miljoen) ingezet wordt voor strategische en interfacultaire thema’s die gemeenschappelijk belang dienen.
[1] Kamerbrief hoger onderwijs en wetenschap, 17.06.2022: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/06/17/aan-de-tweede-kamer-beleidsbrief-hoger-onderwijs-en-wetenschap
[2] Bestuursakkoord 2022 – hoger onderwijs en wetenschap, 14.07.2022: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/07/14/bestuursakkoord-2022-hoger-onderwijs-en-wetenschap
[3] Binnen de Erasmus Universiteit bekend als HoKa (Hoger onderwijs Kwaliteitsafspraken)
[4] Grondslag voor de kwaliteitsbekostiging is per 2025 geschrapt. Hierbij de link naar de relevante Eerste (en Tweede Kamer) stukken:https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36454_schrappen_grondslag
Strategie en onderwijsvisie leidend
De nieuwe instellingsstrategie van de Erasmus Universiteit (Strategy 2030)alsook de herijkte onderwijsvisie (’23) zijn leidend voor de inzet van de BAO-middelen. Hiermee wordt de lijn die ingezet is met de Kwaliteitsafspraken(HoKa) in voorgaande strategische periode voortgezet. Voor zowel de inzet van de facultaire als EUR-brede middelen zijn (meerjaren-)plannen gemaakt. Op alle plannen is in lijn met hiervoor gemaakte afspraken instemming verleend van de facultaire dan wel centrale medezeggenschap.
De EUR blijft investeren in verbetering en innovatie van ons onderwijs, juist ook in financieel uitdagende tijden. De BAO-middelen/Kwaliteitsgelden worden ingezet om responsiviteit van de EUR te vergroten in een snel veranderend(geo)politiek, bestuurlijk en financieel WO landschap. Tegelijkertijd bieden deze ontwikkelingen kansen voor de EUR om bij te dragen aan het agenderen, duiden en oplossen van de (grote en complexe) maatschappelijke vraagstukken.Hiermee is de inzet ook stevig verankerd in onze Erasmiaanse waarden: maatschappelijk betrokken, wereldburger, verbindend, ondernemend en ruimdenkend.
Afgelopen jaar gold deels als een overgangsjaar van Kwaliteitsafspraken naar de nieuwe structurele inzet van de Kwaliteitsgelden/BAO-middelen. Echter, ook voor 2025 gold voor de inzet van de middelen dat de herijkte onderwijsvisie en strategische prioriteiten leidend waren. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste (strategische) thema’s en subthema’s waarop de middelen ingezet zijn samengevat weergegeven.
Inzet facultaire middelen
De faculteiten hebben in 2025 de BAO-middelen ingezet op een mix van thema’s die strategisch en constructive allignment betreffen. Hierbij is een mix van innovatie en borging van innovatie dan wel verbetering aanwezig. Daarmee worden de middelen soms ingezet om de bestaande(basis)kwaliteit in tijden van bezuiniging te behouden (waaronder tutoren, mentoren, kleinschalig onderwijs) en om de randvoorwaardelijke aspecten van hoogwaardig onderwijs, waaronder docentontwikkeling en toetsing, te verbeteren. Tevens wordt blijvend geïnvesteerd in maatregelen/initiatieven gericht op studenten waaronder studentsucces en welzijn. Hierbij worden veelal de actielijnen ingezet in HoKa periode met name persoonlijke en professionele ontwikkelingen en vaardigheden onderwijs voortgezet dan wel herijkt. Tot slot wordt een deel van de facultaire BAO-middelen ingezet voor nieuwe(strategische) trajecten zoals Slimmer Academisch Jaar en/of als voorsorteermaatregel op landelijke ontwikkelingen zoals de Wet Internationalisering in Balans.
| Onderwijsthema’s | Bijbehorende subthema’s (inclusief HOKA-thema’s*) |
|---|---|
| Impactgedreven onderwijs & engagement | Inter- en transdisciplinair onderwijs |
| Brede maatschappelijke uitdagingen in het curriculum vormgeven, bij voorkeur in directe samenwerking met partners | |
| Studentsucces en studentwelzijn | Persoonlijke en professionele ontwikkeling van de student (a)* |
| (Leer)vaardigheden en zelfreflectie | |
| Bredere vaardigheden i.h.k.v. academische (beroeps)vorming | |
| Well-being (officers)* | |
| Docentontwikkeling | Investeren in innovatiekracht (b)* |
| Implementatie beleidskader docentwikkeling | |
| Vertaling Erkennen en Waarderen | |
| Onderwijs en technologie (Hybrid, online & AI/Edtech) |
Investeren in persoonlijke leerroutes door online leren (c)* |
| Inzet op toekomstbestendig AI | |
| Inclusiviteit en toegankelijkheid | Kansengelijkheid, inclusieve leeromgeving |
| Access & Equity waaronder Toelating & Selectie | |
| Internationalisering | International classroom |
| Taalbeleid | |
| TAO | |
| (Strategische) portfolio- ontwikkeling | Toekomstbestendig, wendbaar en innovatief EUR-onderwijsportfolio |
| Investeren in o.a. interfacultaire en (regionale) interinstitutionele samenwerking en gezamenlijk onderwijs | |
| Slimmer Academisch Jaar (SAY) | Implementatie van instellingsbreed traject SAY |
| Basiskwaliteit | Samenhangende curriculumontwikkeling |
| Verbeteren van toetskwaliteit |
Inzet EUR-brede / gemeenschappelijke middelen
In 2025 is een derde van de BAO-middelen ingezet op de realisatie/implementatie van instellingsbrede strategische thema’s, programma’s en initiatieven. Sinds 2019 worden de (gemeenschappelijke) HoKa-middelen ingezet om onze Community for Learning & Innovation (CLI) te financieren. CLI zet deze middelen in op docentontwikkeling, innovatie- en digitaliseringsprojecten, community vorming en onderwijsonderzoek[1].De CLI is in 2020 geconsolideerd als een flexibele netwerkorganisatie die samenwerkt met de Learning & Innovation (LI) teams van de faculteiten en de professionele diensten. De financiering van CLI wordt, voortbouwend op HoKa, met de inzet van BAO-middelen voortgezet. Binnen CLI is vanaf januari 2025 de onderwijskundige expertise op het gebied van impact en AI in onderwijs ondergebracht.
De EUR-brede BAO-middelen worden daarnaast geïnvesteerd om het EUR-brede programma Studentenwelzijn (SW) te financieren.Dit is in aanvulling op de middelen die het SW programma uit het Bestuursakkoord al geoormerkt ontvangt. Ook hiermee wordt de lijn ingezet in de HoKa periode verder voortgezet/doorontwikkeld. In 2025 heeft het programma SW de BAO-middelen ingezet op: versterken van de ‘sense of belonging’, preventie en praktische hulp, vergroten van kennis en kunde binnen de EUR en externe samenwerkingen.
Tevens is in nauwe afstemming met de onderwijsdirecteuren en medezeggenschap besloten om in 2025 een aanzienlijk deel van de BAO-middelen/Kwaliteitsgelden te investeren in de instellingsbrede implementatie van het Slimmer Academisch Jaar (SAY). Tot slot is een kleiner deel van deze middelen geïnvesteerd voor de voorbereiding van ITK en Erasmus Verbindt programma.
[1] Tegelijkertijd omvat dit de vier pijlers die aansluiten bij wat tegenwoordig wordt verwacht van een Centre for Teaching & Learning (CTL) door het Nationale Groeifondsprogramma Npuls.
Programma studentenwelzijn
Vanuit het Bestuursakkoord hebben welzijnsprogramma's van Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs expliciet tot taak het welzijn van studenten te bevorderen. In 2025 leverden de door BAO-investeringen mogelijk gemaakte studentenwelzijnsinitiatieven de volgende resultaten op:
Versterken van de ‘sense of belonging’
Door zichtbare aandacht voor welzijn in het curriculum, het stimuleren van ondersteunende relaties tussen studenten, docenten en staf via docenttrainingen en het aanbieden van laagdrempelige ontmoetingsplekken zoals The Living Room.
Preventie & praktische hulp
Via zichtbare communicatie, korte wachttijden, anonieme online opties, workshops, een podcast en complementaire programma’s krijgen studenten tijdig preventieve ondersteuning en praktische hulp aangeboden door EUR-professionals of ketenpartners.
Vergroten van kennis en kunde binnen de EUR
Collega's worden handelingsbekwaam en bewust in hun rol bij studentenwelzijn. Dit gebeurt via docenttrainingen, waarin signalen van verminderd welzijn, ondersteunende gesprekken en doorverwijzing worden geoefend, door Student Wellbeing Officers die faculteits- en centrale initiatieven afstemmen, en via EUR-brede Learning Communities van professionals uit de studentbegeleidingsketen.
Externe samenwerkingen
Campagnes en protocollen zijn ontwikkeld rondom de preventie van middelengebruik en suïcide onder studenten, in samenwerking met de Gemeente Rotterdam, Youz/Antes, Hogeschool Rotterdam, Codarts, Inholland, GGD Rotterdam en 113 Zelfmoordpreventie. Externe ketenpartners ondersteunen met e-healthmodules zoals MoodLift en Grip op je Dip, en online coaching via Siggie/Vitalminds.
Reflectie Universiteitsraad (Taskforce Bestuursakkoord Onderwijs)
Dit document dient als korte reflectie op de samenwerking tussen de BAO Taskforce van de Universiteitsraad (UR) en de betrokken beleidsadviseurs. Dit document geeft de standpunten van de leden van de taskforce weer en vertegenwoordigt niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Universiteitsraad als geheel.
Aangezien het programma nu volledig is overgegaan van HoKa (Kwaliteitsafspraken) naar BAO, is de wettelijke verplichting tot uitgebreide co-creatie met medezeggenschap niet langer van toepassing. Als gevolg hiervan is er ook geen formele verplichting meer om een dergelijke reflectie op te stellen. Niettemin zijn zowel de Universiteitsraad als de beleidsmedewerkers overeengekomen om nauw te blijven samenwerken. Dit document dient daarom ook als een verslag van deze voortgezette, meer informele vorm van samenwerking.
Over het algemeen is de werkgroep zeer tevreden over de samenwerking tussen de beleidsadviseurs en de Universiteitsraad. Tijdens de begrotingscyclus werden plannen en begrotingen tijdig en op transparante wijze aan de Universiteitsraad meegedeeld. Wanneer de medezeggenschap om aanvullende informatie vroeg, deden de beleidsmedewerkers aanzienlijke inspanningen om deze vragen te beantwoorden of de taskforce in contact te brengen met de relevante betrokkenen. De daaropvolgende discussies waren over het algemeen productief, hielpen bij het identificeren van knelpunten en droegen naar onze mening bij aan een verbeterde besluitvorming. We waren dan ook verheugd te vernemen dat er concrete wijzigingen in de begroting zijn aangebracht op basis van de feedback van de taskforce.
Ook op andere besluitvormingsterreinen is de taskforce zeer tevreden dat we vaak werden benaderd om als gesprekspartner op te treden.Deze rol wordt zeer gewaardeerd, aangezien we van mening zijn dat co-creatie met vertegenwoordigers van de EUR-gemeenschap essentieel blijft voor het welslagen van innovatieve projecten. Deze vertegenwoordigers weerspiegelen de perspectieven en behoeften van zowel medewerkers als studenten en dragen daardoor bij aan het realiseren van blijvende impact binnen de EUR-gemeenschap.
We willen daarom nogmaals benadrukken dat zowel de beleidsmedewerkers als de Universiteitsraad er de komende jaren naar moeten streven dit hoge niveau van samenwerking te handhaven.