Spring naar inhoud

Jaarrekening 2021

Geconsolideerde balans per 31 december 2021 na resultaatbestemming

in M€   2021 2020
1. ACTIVA    
       
  Vaste activa    
1.1 Immateriële vaste activa 4,6 6,3
1.2 Materiële vaste activa 270,6 255,1
1.3 Financiële vaste activa 0,4 0,5
       
  Totaal vaste activa 275,6 261,9
       
       
  Vlottende activa    
1.4 Voorraden - 0,1
1.5 Vorderingen 31,3 29,0
1.6 Liquide middelen 110,5 115,1
       
  Totaal vlottende activa 141,8 144,2
       
  Totaal activa 417,4 406,1
       
       
2. PASSIVA    
       
2.1 Eigen vermogen 219,1 221,8
       
2.2 Voorzieningen 23,6 21,7
2.3 Langlopende schulden 7,8 8,2
2.4 Kortlopende schulden 166,9 154,4
       
  Totaal passiva 417,4 406,1

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2021

in M€   Rekening
2021
Begroting
2021
Rekening
2020
3. BATEN      
3.1 Rijksbijdragen 369,2 344,3 325,8
3.2 College-, cursus-, les- en examengelden 63,1 71,1 66,7
3.3 Baten werk in opdracht van derden 205,9 201,2 190,4
3.4 Overige baten 113,8 115,3 103,3
         
  Totaal baten 752,0 731,9 686,2
         
         
4. LASTEN      
4.1 Personeelslasten 524,1 515,8 496,6
4.2 Afschrijvingen 39,2 42,4 40,9
4.3 Huisvestingslasten 29,0 33,8 36,1
4.4 Overige lasten 150,0 168,6 139,2
         
  Totaal lasten 742,3 760,7 712,8
         
         
  Saldo baten en lasten 9,7 -28,8 -26,6
         
         
5. Financiële baten en lasten 3,8 - -0,3
6. Belastingen -0,1 - -0,1
         
  Resultaat 13,4 -28,8 -27,0
         
7. Resultaat aandeel van derden 16,0 2,0 -6,6
         
  Nettoresultaat -2,6 -30,8 -20,4

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2021

in M€ 2021   2020  
Kasstroom uit operationele activiteiten        
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering   9,7   -26,6
         
Aanpassingen voor aansluiting bedrijfsresultaat        
Aanpassingen voor afschrijvingen  22,1     21,2   
Toename (afname) van voorzieningen 1,9   0,4   
Overige aanpasingen voor aansluiting met het bedrijfsresultaat -16,0   6,6  
    8,0   28,2
Veranderingen in werkkapitaal        
Toename (afname) van kortlopende vorderingen -2,3    5,3   
Toename (afname) van kortlopende schulden 12,5   -2,1  
    10,2   3,2
Kasstroom uit bedrijfsoperaties   27,9    4,7 
         
Ontvangen interest    4,6     0,1 
Betaalde interest    0,1     0,1 
Mutaties overige financiële vaste activa   -0,7    -0,3
Betaalde winstbelasting   -0,1   -0,1
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten   31,8    4,5 
         
Kasstroom uit investeringsactiviteiten        
Verwerving van immateriële vaste activa  0,2     2,9   
Verwerving van materiële vaste activa  35,8     14,0   
Investeringen in deelnemingen en samenwerkingsverbanden 0,2   -0,1   
Toename (afname) leningen aan OCW en EZ -0,4   -0,6  
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten   35,8    16,2 
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten        
Toename (afname) langlopende schulden -0,4   -0,4  
Ontvangsten of aflossingen langlopende schulden -0,2   -0,1  
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten   -0,6   -0,5
         
Toename (afname) van liquide middelen   -4,6   -12,2
         
Stand liquide middelen per 1 januari   115,1   127,3
Stand liquide middelen per 31 december   110,5   115,1
Mutatie liquide middelen   -4,6   -12,2

Toelichting algemeen

De EUR (Erasmus Universiteit Rotterdam) gevestigd op het adres Burgemeester Oudlaan  50, 3062 PA Rotterdam ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 24495550 0000 is op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een publiekrechtelijke rechtspersoon. De EUR bestaat uit de universiteit en dochterondernemingen: de EUR Holding B.V. met haar werkmaatschappijen, Erasmus Enterprise B.V., Rotterdam School of Management B.V., Stichting Erasmus Sportaccommodaties en Stichting Erasmus Sport. De activiteiten van de EUR en haar groepsmaatschappijen bestaan voornamelijk uit het organiseren en tot stand brengen van initieel en niet-initieel onderwijs alsmede maatschappelijk relevante onderzoeksactiviteiten.

Toegepaste standaarden

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven is door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs. In de jaarrekening zijn de bedragen vermeld in miljoenen euro’s (tenzij anders aangegeven).

Verslagleggingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2021, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2021.

Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Grondslagen voor consolidatie

In de consolidatie worden de financiële gegevens van de instelling en haar groepsmaatschappijen opgenomen. Dit zijn rechtspersonen waarin de instelling overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Nieuw verworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed.
De activa en passiva alsmede de baten en lasten van groepsmaatschappijen worden voor 100% in de consolidatie betrokken. Het aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld.
Op grond van artikel 2:407 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek mogen groepsmaatschappijen in sommige gevallen buiten de geconsolideerde jaarrekening blijven. De verplichting tot consolidatie geldt niet voor gegevens van in de consolidatie te betrekken maatschappijen wier gezamenlijke betekenis te verwaarlozen is op het geheel.
Intercompany-transacties, intercompany- winsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd. Al deze intercompany-transacties zijn onder normale marktvoorwaarden aangegaan.
Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen zijn waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen voor de groep.
Alle groepsmaatschappijen evenals de deelnemingen worden aangemerkt als verbonden partijen.

Erasmus MC

Alle baten uit Onderwijs en Onderzoek (O&O-gelden) van het Erasmus MC, de daaraan toe te rekenen lasten van de facultaire taken en de baten en lasten van de te consolideren O&O-satellietorganisaties van het medisch cluster zijn in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen conform de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs. Er is sprake van verantwoordelijkheid voor de O&O-activiteiten op basis van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en de hieruit voortvloeiende GUO en om die reden zijn de kosten en opbrengsten uit O&O-activiteiten geconsolideerd. De balansgegevens zijn gezien het daartoe met het Erasmus MC gesloten convenant niet geïncorporeerd in dit jaarverslag. Dit is conform brief RvB/MM/MS/ ef/0059750/223.222 datum 12 december 2002, die OCW bij brief WO/F/2003/4057 datum 3 februari 2003 heeft geaccordeerd. Dit is een consistente gedragslijn met voorgaande jaren.

In de financiële verantwoording van O&O Erasmus MC zoals deze is meegenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de EUR, zijn de volgende rechtspersonen opgenomen:

  • Erasmus MC O&O Holding B.V.
  • Thoraxcentrum Research B.V.
  • ViroNovative B.V.
  • Eurza Arbo B.V.
  • Neurasmus B.V.
  • Erasmus MC Diabetesstation B.V.
  • MI&EUR  Implementation and Exploitation B.V.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Ontvangen en betaalde rente en dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Investeringen in groepsmaatschappijen worden verwerkt tegen de verkrijgingsprijs onder aftrek van binnen de geacquireerde onderneming aanwezige geldmiddelen.

Gebruik van schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

Transacties in vreemde valuta’s

Transacties luidend in vreemde valuta’s worden in de betreffende functionele valuta van de groepsmaatschappijen omgerekend tegen de geldende wisselkoers op de transactiedatum. In vreemde valuta’s luidende monetaire activa en verplichtingen worden per balansdatum in de functionele valuta omgerekend tegen de op die datum geldende wisselkoers. Valutakoersverschillen die voortkomen uit de afwikkeling van monetaire posten, dan wel voortkomen uit de omrekening van monetaire posten in vreemde valuta worden verwerkt in de  staat van baten en lasten in de periode dat zij zich voordoen.

Financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te betalen posten. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde. Na de eerste opname worden financiële instrumenten die geen deel uitmaken van de handelsportefeuille gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De EUR kent uitsluitend primaire financiële instrumenten die dienen ter financiering van haar operationele activiteiten of die direct daaruit voortvloeien zoals (langlopende) vorderingen en schulden. De EUR gebruikt geen derivaten noch een andere vorm van actieve hedging om financiële risico’s af te dekken.
Door de afwezigheid van uitgegeven en opgenomen leningen aan derden loopt de EUR geen renterisico. Renterisico is het risico dat de waarde van een financieel instrument zal fluctueren als gevolg van veranderingen van de marktrente. Ook is er geen sprake van een kasstroomrisico. Dat wil zeggen dat het risico dat toekomstige kasstromen, verbonden aan een monetair financieel instrument zullen fluctueren in omvang, afwezig is.

Door de stevige liquiditeitspositie van de EUR achten wij het nagenoeg uitgesloten dat er sprake is van een liquiditeitsrisico. Het liquiditeitsrisico is het risico dat de rechtspersoon niet de mogelijkheid heeft om de financiële middelen te verkrijgen die nodig zijn om aan de verplichtingen te voldoen.
Gegeven de kenmerken van de partijen waarmee de EUR handelt, met name overheid, overheidsorganen en EU, is er sprake van een beperkt kredietrisico op vorderingen. Kredietrisico is het risico dat de ene contractpartij van een financieel instrument niet aan haar verplichting zal voldoen, waardoor de rechtspersoon een financieel verlies te verwerken krijgt.

De EUR loopt een beperkt valutarisico omdat de meeste transacties in euro’s plaatsvinden.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva

Algemeen

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de onderwijsinstelling zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Activa en passiva (met uitzondering van het groepsvermogen) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of (lagere) actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs of nominale waarde. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Voor deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Posten in vreemde valuta worden gewaardeerd tegen slotkoers. Koersverschillen worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans als een transactie (met betrekking tot het actief of de verplichting) niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. Verder wordt een actief of een verplichting niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Door de groep wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde of de bedrijfswaarde.

Immateriële vaste activa

De kosten van aanschaf en implementatie van universitaire administratieve systemen / softwaretoepassingen worden als immateriële vaste activa geactiveerd. 

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Er wordt tijdsevenredig afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. De verwachte gebruiksduur is afhankelijk van de soort investering en varieert van 5 tot 9 jaar. Over de nog niet opgeleverde immateriële vaste activa wordt niet afgeschreven.

De afschrijvingstermijnen in jaren betreft:

1. Licenties 5 jaar  
2. Software 5 / 9 jaar  

Materiële vaste activa

Bedrijfsgebouwen en -terreinen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de geschatte economische levensduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Over de nog niet opgeleverde materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. De afschrijving vindt plaats met ingang van het moment van oplevering. Uitgezonderd het gebouw EUC gelden er geen beperkingen van eigendom op de materiële vaste activa.

Terreinen en gebouwen
De afschrijving vindt plaats conform de componentenmethode waarbij wordt uitgegaan van de volgende componenten:

1. Casco 60 jaar  
2. Afbouw 36 jaar  
3. Inbouwpakket 10 / 18 jaar  
4. Technische installaties 5 / 9 / 18 jaar  
5. Tijdelijke huisvesting 5 / 10 jaar  
6. Terreininrichting 10 / 20 jaar  
7. Gebouw EUC 40 jaar  

Versnelde afschrijvingen vinden plaats op activa van gebouwen waarvoor renovatie of sloop staat gepland.
Overige materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur, of lagere bedrijfswaarde.
De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschaffingskosten van grond- en hulpstoffen en kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de vervaardiging inclusief installatiekosten.

Inventaris, apparatuur (incl. 1ste inrichting)

De EUR hanteert een activeringsgrens voor een roerend goed met een aanschafwaarde van meer dan k€ 15,0. De afschrijvingstermijnen in jaren zijn afhankelijk van de soort investering en varieert van 3 tot 15 jaar.
Als er een planmatige bulk aanschaf plaatsvindt >= k€ 200,0 vanuit 1 offerte-opdracht dan worden deze geactiveerd en conform de passende activaklasse o.b.v. de economische levensduur afgeschreven.
De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschaffingskosten van grond- en hulpstoffen en kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de vervaardiging inclusief installatiekosten.

Subsidies op investeringen worden in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben.

Financiële vaste activa

Deelnemingen waar invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaarde methode. Bij de vaststelling of er sprake is van een deelneming waarin de organisatie invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid, wordt het geheel van feitelijke omstandigheden en contractuele relaties (waaronder eventuele potentiële stemrechten) in aanmerking genomen. 

Deelnemingen waarin de EUR de zeggenschap gezamenlijk met andere deelnemers uitoefent (joint ventures) worden gewaardeerd volgens dezelfde methode. 

De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening: voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming. Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover de EUR in deze situatie geheel of gedeeltelijk garant staat voor de schulden van de deelneming, dan wel de feitelijke verplichting heeft de deelneming in staat te stellen tot betaling van haar schulden, wordt een voorziening getroffen ter grootte van de verwachte betalingen door de deelneming. De voorziening wordt primair ten laste van de vorderingen op de deelneming gevormd en voor het overige gepresenteerd onder de voorzieningen. 

De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden, uitgaande van de waarden bij eerste waardering, de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening. Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere realiseerbare waarde. Indien sprake is van een stellig voornemen tot afstoting vindt waardering plaats tegen de eventuele lagere verwachte verkoopwaarde. De afwaardering vindt plaats ten laste van het resultaat.

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op en leningen aan (niet-geconsolideerde) deelnemingen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen. Vervolgens worden deze vorderingen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen. 

De onder de financiële vaste activa opgenomen Overige Effecten betreffen hoofdzakelijk investeringen in fondsen in kader van kennisvalorisatie. Deze investeringen, die geen onderdeel zijn van een handelsportefeuille, worden (per fonds) gewaardeerd tegen de reële waarde, waarbij de waardeveranderingen direct in de staat van baten en lasten worden verwerkt.

Voorraden

De waarderingsgrondslag voor de voorraden is op basis van fifo gewaardeerd tegen kostprijs of lagere netto-opbrengstwaarde.

Vorderingen

Algemeen
Kortetermijnvorderingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie veelal de nominale waarde. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. De stand van de voorziening wordt statisch bepaald.

Vorderingen OCW
Tot de kortlopende vorderingen behoort tevens een door het ministerie van OCW toegepaste kaskorting op de Rijksbijdrage. Dit betreft het deel van de Rijksbijdrage dat eerst in het volgende kalenderjaar zal worden uitbetaald.              
Het ministerie van OCW heeft in 2009 en 2010 compensatie verleend voor de invoering van de bachelor-masterstructuur in de periode 2003-2008. Deze compensatie wordt in de periode 2011-2021 uitbetaald via de Rijksbijdrage. Deze uitbetaling is als langlopende vordering geclassificeerd.

Onderhanden projecten in opdracht van derden
De waardering onderhanden projecten betreffen de ontvangen bedragen onder aftrek van directe materiaal- en arbeidskosten, met een opslag voor aan de dienstverlening gerelateerde indirecte vaste en variabele kosten eventueel vermeerderd met een toeslag voor indirecte kosten voor met name huisvesting, administratie en algemeen beheer.

De toerekening van opbrengsten, kosten en winstneming op onderhanden projecten geschiedt naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk (‘percentage of completion’-methode) per balansdatum op basis van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Uitgaven die verband houden met projectkosten die na de balansdatum tot te verrichten prestaties leiden, worden als activa verwerkt indien het waarschijnlijk is dat ze in een volgende periode zullen leiden tot opbrengsten. Verwachte verliezen op onderhanden projecten worden onmiddellijk in de staat van baten en lasten als last verwerkt.
In de balans wordt een onderhanden project afhankelijk van het saldo opgenomen onder ‘Waardering onderhanden projecten’ (activa) dan wel ‘Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen projecten’ (passiva).
"Verwachte verliezen op onderhanden projecten worden direct genomen in de periode waarin komt vast te staan dat er sprake is van een verliesgevend project. Indien sprake is van een eigen bijdrage in een project vanuit de Rijksbijdrage (cofinanciering) wordt dit niet als verlies beschouwd."

Effecten

De effecten opgenomen onder de vlottende activa, voor zover deze betrekking hebben op de handelsportefeuille of met betrekking tot eigenvermogensinstrumenten buiten de handelsportefeuille, worden gewaardeerd tegen de reële waarde. Alle overige in de balans opgenomen financiële instrumenten zijn gewaardeerd tegen de (geamortiseerde) kostprijs. Waardeveranderingen worden in de staat van baten en lasten verantwoord.

De EUR heeft een goedgekeurd treasury statuut. Qua publieke middelen wordt volledig voldaan aan de regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. Beleggingen vinden plaatst met minimaal een hoofdsomgarantie. De EUR belegt haar publieke middelen uitsluitend bij instellingen met minimaal een A-rating.

In het kader van kennisvalorisatie wordt met ingang van 2021 in diverse (al dan niet commerciële) fondsen geïnvesteerd. Deze investeringen vinden plaats vanuit de recent opgerichte deelneming Erasmus Enterprise B.V. Deze investeringen worden, ondanks dat sprake is van uitvoering van één van de kerntaken van een universiteit, volledig gefinancierd met het beschikbare private vermogen van de EUR.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Waardering vindt plaats tegen de nominale waarde.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves en/of-fondsen. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, welke door het bestuur is aangebracht.
De bestemmingsfondsen zijn reserves met een meer beperkte bestedingsmogelijkheid, welke door derden zijn aangebracht.

Voorzieningen

Algemeen
Onder de voorzieningen worden verstaan: de personeelsvoorzieningen en voorzieningen voor milieuverplichtingen en –risico’s.
       
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op de balansdatum bestaan, waarvan de omvang onzeker is maar betrouwbaar te schatten is en het waarschijnlijk is dat er voor de afwikkeling van de verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Personeelsvoorzieningen
De EUR conformeert zich aan de richtlijn van de jaarverslaggeving met betrekking tot de vorming van een voorziening voor personeelsbeloningen die gewaardeerd wordt tegen de contante waarde.
De EUR treft voorzieningen voor verplichtingen die voortvloeien uit reorganisaties waarover het bevoegd gezag vóór balansdatum een besluit heeft genomen en gecommuniceerd. De verplichtingen bestaan uit toekomstige wachtgeldlasten die als gevolg van de reorganisaties kunnen ontstaan en uit de lasten van sociale plannen en andere regelingen die enerzijds gericht zijn op het voorkomen van gedwongen ontslagen en anderzijds op reductie van uitkeringslasten, alsmede lasten uit hoofde van personeel dat vrijgesteld is van prestaties.


Verplichtingen die voortvloeien uit niet-reorganisaties worden verantwoord onder de voorziening sociaal beleid, reorganisatie en rechtspositioneel. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de contante waarde. Het rentepercentage is bepaald op basis van deelname aan de leningscapaciteit op basis van schatkistbankieren vermeerderd met 0,1%.

Milieuverplichtingen en -risico’s

De voorziening voor milieuverplichtingen en -risico’s is gewaardeerd tegen nominale waarde.

Langlopende schulden

Schulden met een resterende looptijd van meer dan één jaar worden aangeduid als langlopend. Het aflossingsbedrag van het lopende jaar wordt onder de kortlopende schulden opgenomen.
Langlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De eerste waardering bestaat uit het ontvangen bedrag, rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.
"Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt samen met de verschuldigde rentevergoeding zodanig bepaald dat de effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden in de staat van baten en lasten wordt verwerkt."

Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs.

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Algemeen

De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Opbrengstverantwoording

Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en subsidies
De Rijksbijdrage (lumpsum) wordt tegen reële waarde op basis van de jaarlijkse toekenning in de baten opgenomen.

College- en cursusgelden
De collegegelden worden tegen de reële waarde in de baten opgenomen en toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijstaken gelijkmatig over het collegejaar zijn gespreid.

Verlenen van diensten
Opbrengsten uit het verlenen van diensten worden tegen de reële waarde en naar rato van de geleverde prestaties opgenomen in de baten. Dat wil zeggen dat het verantwoorde bedrag is gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum, in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Projectopbrengsten en projectkosten
Voor onderhanden projecten, waarvan het resultaat op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de projectopbrengsten tegen reële waarde opgenomen als baten werk in opdracht van derden. De projectkosten worden opgenomen in de staat van baten en lasten, naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum (dit is volgens de de ‘Percentage of Completion’-methode, ofwel de PoC- methode).
De voortgang van de verrichte prestaties wordt bepaald op basis van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Als het resultaat (nog) niet op betrouwbare wijze kan worden ingeschat, dan worden de opbrengsten verwerkt als baten werk in opdracht van derden in de staat van baten en lasten tot het bedrag van de gemaakte projectkosten, dat waarschijnlijk kan worden verhaald; de projectkosten worden verwerkt in de staat van baten en lasten in de periode waarin ze zijn gemaakt. Zodra het resultaat wel op betrouwbare wijze kan worden bepaald, vindt opbrengstverantwoording plaats volgens de PoC-methode naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum.
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de projectopbrengsten en projectkosten. Projectopbrengsten zijn de contractueel overeengekomen bedragen inclusief meer- en minderwerk, claims en vergoedingen. Voor zover het waarschijnlijk is dat deze worden gerealiseerd en betrouwbaar kunnen worden bepaald. Projectkosten zijn de directe-, indirecte- en toegerekende kosten die betrekking hebben op de activiteiten die contractueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend.
Indien het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten de totale projectopbrengsten overschrijden, dan worden de verwachte verliezen onmiddellijk in de staat van baten en lasten verwerkt, direct in het saldo onderhanden projecten.

Overige baten

Overige baten bestaan uit baten uit verhuur, detachering personeel, schenking, sponsoring, deelnemersbijdrage, studentenbijdrage en overige baten en worden tegen reële waarde in de baten opgenomen.

Overheidssubsidies

Exploitatiesubsidies worden als baten verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer zich een gesubsidieerd exploitatietekort heeft voorgedaan. De baten worden tegen reële waarde verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen.
Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief.

Afschrijvingen

Op de immateriële en materiële vaste activa wordt tijdsevenredig en lineair afgeschreven. Op de onder materiële vaste activa opgenomen gebouwen wordt met ingang van het moment van oplevering afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Materiële vaste activa worden vanaf het moment van ingebruikname afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast.
Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingskosten.

Personeelsbeloningen

Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers. Toerekening vindt plaats op basis van geleverde prestaties. Voor zover nog niet uitbetaald, wordt de personeelsbeloning als verplichting op de balans opgenomen. Indien de reeds betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door de EUR.

Overige personele lasten
Overige personele lasten, spaarverlof en jubilea etc., worden verwerkt of opgebouwd vanaf het moment dat de verplichting ontstaat.

Pensioenen
"De pensioenpremies worden verantwoord als personeelskosten wanneer deze zijn verschuldigd. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen.
De EUR heeft een pensioenregeling bij het pensioenfonds ABP, die wordt gekwalificeerd als een toegezegde pensioenregeling. Op grond van de uitvoeringsovereenkomst met dit fonds en de pensioenovereenkomst met de werknemers heeft de EUR in principe geen andere verplichting dan de betaling van de jaarlijks verschuldigde pensioenpremies. Indien de dekkingsgraad dusdanig laag wordt, kan het pensioenfonds ABP onder meer een opslag op de premie in rekening brengen. De werkelijke dekkingsgraad was op balansdatum 110,2%. De gemiddelde dekkingsgraad over 2021 was 102,7%."

Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rente wordt rekening gehouden met de transactiekosten op de leningen. Daarnaast zijn de renteverplichtingen van de lopende leningen en leaseverplichtingen begrepen in de financiële baten en lasten.

Waardeveranderingen financiële vaste activa en effecten
Waardeveranderingen van effecten die behoren tot de handelsportefeuille worden rechtstreeks verwerkt in de financiële baten en lasten.

Financiële lease

Het leaseobject (en de daarmee samenhangende verplichting) wordt bij de aanvang van de leaseperiode in de balans verwerkt tegen de reële waarde van het leaseobject of, indien deze lager is, tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen. Beide waardes worden bepaald op het tijdstip van het aangaan van de leaseovereenkomst. De toegepaste rentevoet bij de berekening van de contante waarde is de impliciete rentevoet. Indien deze rentevoet praktisch niet te bepalen is, wordt de marginale rentevoet gehanteerd. De initiële directe kosten worden opgenomen in de eerste waardering van het leaseobject.
De leasebetalingen worden gesplitst in rentelasten en aflossing van de uitstaande leaseverplichting. De rentelasten worden gedurende de leaseperiode zodanig toegerekend aan elke periode dat dit resulteert in een constante periodieke rentevoet over de resterende nettoverplichting met betrekking tot de financiële lease. Voorwaardelijke leasebetalingen worden als last verwerkt in de periode dat aan de voorwaarden tot betaling wordt voldaan.

Aandeel in het resultaat van niet-geconsolideerde ondernemingen waarin wordt deelgenomen

Als resultaat van deelnemingen waarin invloed van betekenis wordt uitgeoefend op het zakelijke en financiële beleid, wordt opgenomen het aan de instelling toekomende aandeel in het resultaat van deze deelnemingen. Dit resultaat wordt bepaald op basis van de bij EUR geldende grondslagen voor waardering en resultaatbepaling. Bij deelnemingen waarin geen invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend, wordt het dividend als resultaat aangemerkt. Verwerking hiervan vindt plaats onder de financiële baten en lasten.

Toelichting behorende tot de geconsolideerde balans

Vaste activa

1.1 Immateriële vaste activa

M€ 4,6 - (2020: M€ 6,3)

  Ontwikkelings
kosten
Conc. Verg. & rechten
v. Intell. Eigendom
Vooruit- betalingen Totaal
Aanschafprijs 0,3 13,0  0,4  13,7
Cum.afschr.en waardeverminderingen -0,2 -7,2 - -7,4
Boekwaarde 1 januari 2021  0,1  5,8 0,4 6,3
         
Investeringen -  0,1   0,1   0,2 
Desinvesteringen -0,1 -0,1 - -0,2 
Mutatie - - - -
Afschrijvingen -0,1 -1,9 - -2,0 
Afschrijving op desinvestering  0,1   0,2  -  0,3 
         
Aanschafprijs  0,2   13,0   0,5   13,7 
Cum.afschr.en waardeverminderingen -0,2 -8,9 - -9,1
Boekwaarde 31 december 2021 -  4,1   0,5   4,6 

1.2 Materiële vaste activa

M€ 270,6 - (2020: M€ 255,1)

  Gebouwen en terreinen Inventaris en app. (incl. 1ste inrichting) In uitvoering en vooruitbetalingen Totaal
Aanschafprijs  411,2   40,9   13,2   465,3 
Cum.afschr.en waardeverminderingen -186,0  -24,2  - -210,2 
Boekwaarde 1 januari 2021  225,2   16,7   13,2   255,1 
         
Investeringen  0,1  2,5  33,2   35,8 
Desinvesteringen -11,7 -1,7 - -13,4 
Mutatie  1,9   0,2  -2,1 -
Afschrijvingen -13,9 -5,1 - -19,0 
Afschrijving op desinvestering  10,4   1,7  -  12,1 
         
Aanschafprijs  401,4   41,9   44,3   487,6 
Cum.afschr.en waardeverminderingen -189,4  -27,6  0,0  -217,0 
Boekwaarde 31 december 2021  212,0   14,3   44,3   270,6 

De boekwaarde ultimo 2021 van MVA in uitvoering en vooruitbetalingen op MVA is inclusief M€ 11,8 betreffende de in aanbouw zijnde sportcomplex op de campus Woudestein. De investeringen die in 2021 hebben plaatsgevonden hierin bedragen M€ 9,3. De geplande oplevering van dit sportcomplex zal plaatsvinden in het derde kwartaal van 2022.

De EUR is in 2014 een financial lease met de gemeente Rotterdam aangegaan voor een onderwijsgebouw met een looptijd van 40 jaar. De netto investering zoals verantwoord in de post Gebouwen en terreinen bedroeg in 2014 M€ 9,5. Dit pand is geen juridisch eigendom van de EUR.

WOZ en verzekerde waarde gebouwen / terreinen, bedrijfsuitrusting / inventaris en boeken /mediacollectie (in M€):

  WOZ-
waarde
Peildatum Verzekerde
waarde
Peildatum
Gebouwen en terreinen 341,3 2018/2020 608,0 2021
Bedrijfsuitrusting en inventaris     165,0 2021
Boeken en mediacollectie     20,2 2021

1.3 Financiële vaste activa

M€ 0,4 - (2020: M€ 0,5)

  Boekwaarde
1 jan.2021
Invest. en verstr. leningen Desinvest.en afgel.leningen Boekwaarde
31 dec.2021
Vorderingen op andere deelnemingen¹ -  0,2  - 0,2
Vorderingen op OCW² 0,4 - -0,4 -
Overige vorderingen³ 0,1 - -  0,1 
Overige effecten⁴ -  0,1  - 0,1
  0,5  0,3  -0,4 0,4

Vlottende activa

1.4 Voorraden

M€ 0 - (2020: M€ 0,1)

  2021 2020
Gebruiksgoederen -  0,1 

1.5 Vorderingen

M€ 31,3 - (2020: M€ 29) Onder de vorderingen zijn opgenomen:

  2021   2020  
Debiteuren 11,1   7,3  
OCW¹ 0,3   0,7  
Gemeenten en GR's  0,1    -  
Studenten / deelnemers / cursisten 0,9   1,1  
Waardering onderhanden projecten 5,9   5,2  
Overige vorderingen 0,3   0,4  
Voorzieningen wegens oninbaarheid vorderingen -1,4   -1,2  
    17,2   13,5
Vooruitbetaalde kosten 6,6   6,8  
Verstrekte voorschotten  0,1    0,1  
Overige overlopende activa 7,4   8,6  
    14,1   15,5
    31,3   29,0

1.6 Liquide middelen

M€ 110,5 - (2020: M€ 115,1) Het saldo liquide middelen is als volgt opgebouwd:

  2021 2020
Tegoeden op bankrekeningen 54,5 58,4
Schatkistbankieren 56,0 56,7
  110,5 115,1

2.1 Eigen vermogen

Het eigen vermogen is opgebouwd uit de algemene reserve en bestemmingsreserves en –fondsen (onderverdeeld naar publiek c.q. privaat).

M€ 219,1 - (2020: M€ 221,8)

  Stand per 1 jan. 2021 Mutatie Resultaat Stand per 31 dec. 2021
Algemene reserve  78,2   65,7  -4,3  139,6 
Bestemmingsreserve (publiek)        
Strategische ruimte¹  13,0   3,8  -  16,8 
Gelden vanwege het sectoroverleg  2,1  - -0,1  2,0 
Reserve vh verm.uit onroerende goederen²  72,9  -72,9 - -
Investeringsreserve  1,8  - -  1,8 
Overige³  19,0  -4,2  0,1   14,9 
   108,8  -73,3 -  35,5 
Bestemmingsreserve (privaat)        
Universitaire reserve -  8,2  -  8,2 
EUR Holding B.V.  22,6  -0,6  0,6   22,6 
Rotterdam School of Management B.V.  10,9  -  0,7   11,6 
Erasmus Enterprise B.V. -  0,1   0,2   0,3 
   33,5   7,7   1,4   42,7 
Bestemmingsfonds (privaat)        
Tinbergen Instituut  0,4  -0,4  0,2   0,2 
         
Andere wettelijke reserves        
EUR Holding B.V. -  0,1  -  0,1 
Erasmus Enterprise B.V. -  0,1   0,1   0,2 
Erasmus Sport Centrum  0,9  - -  0,9 
Erasmus Sportaccommodaties - - - -
   0,9   0,2   0,1   1,2 
         
   221,8  -0,1 -2,6  219,1 

Het garantievermogen is gelijk aan het eigen vermogen.

De bedragen in de kolom mutatie hebben grotendeels betrekking op:

  • Vrijval bestemde reserve van het vermogen uit onroerende goederen M€ 72,9;
  • Bijstelling bestemde reserve strategische ruimte M€ 3,8;
  • Als onderdeel van de implementatie van de nieuwe beleidsregels investeringen met publieke middelen in private activiteiten, hebben wij binnen de algemene reserves van EUR een onderscheid gemaakt tussen het publieke en private vermogen. Op basis van een interne systematiek hebben wij bepaald dat de omvang van het private universitaire vermogen per 31 december 2021 M€ 8,2 bedraagt. In het verloopzicht van het Eigen Vermogen hebben we dit als overige mutatie verwerkt. 

Aansluiting geconsolideerde vermogen met het enkelvoudige vermogen

Het geconsolideerde vermogen wijkt af van het eigen vermogen in de enkelvoudige jaarrekening. Deze afwijking wordt in de onderstaande tabel uiteengezet.

  Stand per 1 jan. 2021 Mutatie Resultaat Stand per 31 dec. 2021
Enkelvoudige vermogen  220,9  - 0,1  -2,7 218,1
Erasmus Sport Centrum  0,9  - -  0,9 
Erasmus Sportaccommodaties - - - -
         
Geconsolideerde vermogen 221,8 - 0,1  -2,6 219,1

2.2 Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen is als volgt:

M€ 23,6 - (2020: M€ 21,7)

  Personeels- voorzieningen Milieu voorziening Overige voorzieningen Totaal
Stand per 1 januari 2021  13,1  8,1  0,5   21,7 
         
Dotaties  8,9  - 0,1  9,0 
Verandering disconteringsvoet / oprenting -  0,4  -  0,4 
Vrijval -1,5 - -0,2 -1,7
Onttrekkingen -5,8 - - -5,8
Stand per 31 december 2021 14,7 8,5 0,4 23,6
         
Kortlopende deel
< 1 jaar
 5,1  -  0,4   5,5 
Langlopende deel
> 1 jaar
 9,6  8,5 -  18,1 

Personele voorzieningen

De personele voorzieningen zijn als volgt onderverdeeld:

  Stand per
1 jan. 2021
Dotatie Verandering disc. voet / oprenting Vrijval Onttrekking Stand per
31 dec. 2021
Kortl. deel
< 1 jaar
Langl. deel
> 1 jaar
Werkloosheidsbijdragen  1,6   1,5  - - -1,4 1,7  0,9   0,8 
Soc.beleid, reorganisatie en rechtspositioneel  0,9   2,7  - -0,2 -1,4 2,0  0,7   1,3 
Verlof sparen en sabbatical leave  4,7   1,3  - -0,2 -0,8 5,0  1,3   3,7 
Jubileumvoorziening  4,0   0,5  - -0,5 -0,3 3,7  0,4   3,3 
Transitievergoeding  1,2   0,4  - -0,4 -0,4 0,8  0,4   0,4 
Langdurig zieken  0,7   2,5  - -0,2 -1,5 1,5  1,4   0,1 
  13,1  8,9  - -1,5 -5,8 14,7  5,1   9,6 

2.3 Langlopende schulden

M€ 7,8 - (2020: M€ 8,2)

  Lease verplichtingen
aan gemeenten
Overige Totaal
Stand per 1 januari 2021 7,7 0,5 8,2
Mutatie -0,2 -0,2 -0,4
Langlopend per 31 december 2021 7,5 0,3 7,8
       
Looptijd > 5 jaar 6,7 0,3  7,0 

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar ter hoogte van M€ 0,2 zijn niet begrepen in de hierboven genoemde bedragen, maar opgenomen onder de kortlopende schulden.

Lease verplichtingen
De EUR is in 2014 een financial lease met de gemeente Rotterdam aangegaan voor een pand met een looptijd van 40 jaar.

Overige langlopende schulden

Tinbergen Instituut
De langlopende verplichting opgenomen ten behoeve van het Tinbergen Instituut bedraagt ultimo 2021 M€ 0,3. In de samenwerkingsovereenkomst tussen de participerende partijen (EUR, VU, UVA) is de verdeling van overschotten en/of tekorten opgenomen.

2.4 Kortlopende schulden

Deze schulden zijn als volgt uit te splitsen:

M€ 166,9 - (2020: M€ 154,4)

  2021   2020  
Crediteuren 14,5   9,0  
Gemeenten en GR's  0,3    0,3  
Schulden aan groepsmaatschappijen¹ -   0,3  
Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen projecten² 39,2   32,0  
Belastingen en premies soc.verzekeringen 14,8   12,5  
Schulden terzake van pensioenen 3,5   3,0  
Overige kortlopende schulden 0,2   0,2  
    72,5   57,3
Vooruitontvangen college- en lesgelden 44,8   54,2  
Vooruitontvangen baten 1,8   2,4  
Vooruitontvangen sectormiddelen³ 6,1   7,2  
Vooruitontvangen niet-normatieve Rijksbijdrage⁴ 4,5   -  
Vooruitontvangen subsidies⁵ 4,8    1,2   
Vakantiegeld en -dagen 23,5   19,4  
Nog te betalen kosten 8,9   12,7  
    94,4   97,1
    166,9   154,4

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Garanties

  • RSM B.V. heeft een bankgarantie gesteld waar RSM B.V. garant staat voor de kosten als gevolg van niet betaalde cursusgelden door deelnemers aan het RSM MBA programma. De totale garantie betreft M€ 0,2.
  • De 20% deelneming YES!Delft B.V. heeft een bankgarantie gesteld waar YES!Delft B.V. garant staat voor de kosten als gevolg van niet betaalde huurlasten. De totale garantie betreft M€ 0,1.
  • Stichting Erasmus Sport heeft zich op 8 september 2020 bij de Gemeente Rotterdam bereid verklaard garant te staan voor de jaarlijkse rente en aflossingsverplichting van de lening van de Rotterdamse Studenten Voetbalvereniging Antibari bij de Gemeente Rotterdam. Aangegaan in 2011 en 2020. Erasmus Sport staat garant voor een bedrag van € 180.000. De looptijd van de lening (en de garantstelling) is 15 jaar, van 2020 tot 2035. Tevens stelt Stichting Erasmus Sport aan Antibari een garantiesubsidie van ten hoogste € 20.000 beschikbaar voor de in 2020 gemaakte kosten voor de verbouwing van het clubgebouw. Mits aangetoond wordt dat hierdoor een onvoorzien tekort optreedt in de verbouwing. Hiervan is € 10.000 in het resultaat van 2020 verwerkt.

Verplichtingen

Andere niet in de balans opgenomen verplichtingen

  • Voor de inrichting van de nieuwbouw is Stichting Erasmus Sport een overeenkomst aangegaan met Janssen-Fritsen B.V.. De opdracht heeft een waarde van € 470.000 exclusief BTW.
  • Vanuit Erasmus Enterprise B.V. is een commitment van € 1 miljoen aan het Graduate Entrepreneur Fund Coöperatief U.A. Het betreft hier een investering in kader van kennisvalorisatie. De beschikbare middelen in het fonds worden hoofdzakelijk ingezet om start-ups en scale-ups van Rotterdamse en Delftse studenten en alumni te helpen. Per ultimo 2021 bedraagt de (resterende) investeringsverplichting € 0,9 miljoen.
     

Fiscale eenheid
EUR Holding B.V., Erasmus Enterprise B.V. en RSM B.V. zijn opgenomen in de fiscale eenheid voor de vennootschaps- en omzetbelasting met de Erasmus Universiteit Rotterdam. Op grond van de invorderingswet is de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor de door de combinatie verschuldigde belastingen.

  Korter dan
1 jaar
Tussen 1 en 5 jaar Langer dan
5 jaar
Totaal
31 dec. 2021
Rechten  1,7   1,0  -  2,7 
Garanties  0,5   0,8   0,1   1,4 
         
Niet verwerkte verplichtingen        
Huur huisvesting  0,7   2,2   0,9   3,8 
Softwarelicenties  2,2   2,8  -  5,0 
Uitgeverslicenties  2,2   2,9  -  5,1 
Investeringen  21,6  - -  21,6 
Claims  7,2  - -  7,2 
Andere niet in de balans opgenomen verplichtingen  20,1   40,7   16,7   77,5 
Totaal verplichtingen  54,0   48,6   17,6   120,2 

Toelichting behorende tot de geconsolideerde staat van baten en lasten

3.1 Rijksbijdragen

M€ 369,2 - (2020: M€ 325,8)

  2021 2020
Rijksbijdrage OCW 471,5 420,5
Af: inkomensoverdracht van Rijksbijdragen -102,3 -94,7
  369,2 325,8

3.2 College-, cursus-, les- en examengelden

M€ 63,1 - (2020: M€ 66,7)

  2021 2020
Collegegelden 63,1 66,7

3.3 Baten werk in opdracht van derden

Onder ‘Baten werk in opdracht van derden’ zijn alle opbrengsten van de dienstverleningsprojecten verantwoord naar rato van de besteding.

M€ 205,9 - (2020: M€ 190,4)

  2021   2020  
Contractonderwijs   43,3   41,0
Contractonderzoek        
Overige non-profit organisaties 36,1   36,1  
Bedrijven en overig 29,5   33,2  
Nationale overheden 23,3   16,4  
Internationale organisaties 33,9   28,8  
NWO (excl. ZonMw) 33,8   29,8  
    156,6   144,3
Overige   6,0   5,1
    205,9   190,4

3.4 Overige baten

Deze opbrengsten zijn als volgt te rubriceren:

M€ 113,8 - (2020: M€ 103,3)

  2021 2020
Verhuur 2,5 2,5
Detachering personeel 23,9 23,1
Schenking 0,8 1,2
Sponsoring 0,4 0,3
Deelnemerbijdragen 0,6 0,6
Studentenbijdragen 2,1 1,8
Catering  0,1  -
Overige 83,4 73,8
  113,8 103,3
Specificatie overige baten - overige 2021 2020
Pro Rata BTW 1,5 1,0
Bijdragen van derden¹ 63,7 57,3
Opbrengst uit dienstverlening 16,9 13,6
Overige 1,3 1,9
  83,4 73,8

4.1 Personeelslasten

De personele uitgaven zijn als volgt onder te verdelen:

M€ 524,1 - (2020: M€ 496,6)

  2021   2020  
Lonen en salarissen 363,0   346,3  
Sociale lasten 46,0   42,5  
Pensioenlasten 57,0   50,6  
    466,0   439,4
Dotatie personele voorzieningen¹ 8,8   6,6  
Personeel niet in loondienst 31,3   30,3  
Overige 21,9   23,1  
Overige personele lasten   62,0   60,0
Af: uitkeringen   -3,9   -2,8
    524,1   496,6

Personeelsopbouw

Gemiddeld aantal fte's 2021 2020
EUR sec 2.807 2.677
EUR Holding B.V. 230 250
RSM B.V. 102 105
Erasmus Sport Centrum 25 17
Erasmus Sportaccommodaties - -
Erasmus Enterprise B.V.  6  -
Erasmus MC (niet in dienst van de EUR) 2.557 2.510
Totaal 5.727 5.559

De rapportage van de medewerkers Erasmus MC incl. de hierin geconsolideerde B.V.’s zijn opgenomen in de jaarrekening van het Erasmus MC

4.2 Afschrijvingen

M€ 39,2 - (2020: M€ 40,9)

  2021 2020
Immateriële vaste activa 1,8 1,5
Materiële vaste activa¹ 37,4 39,4
  39,2 40,9

4.3 Huisvestingslasten

M€ 29,0 - (2020: M€ 36,1)

  2021 2020
Huur 2,4 3,4
Verzekeringen 0,4 0,4
Onderhoud 10,2 8,8
Energie en water 6,9 6,9
Schoonmaakkosten 4,1 4,1
Belastingen en heffingen 3,2 3,4
Overige 1,8 9,1
  29,0 36,1
Specificatie huisvestingslasten - overige 2021 2020
Milieuverplichtingen en -risico's¹ -0,8 6,3
Bewaking en beveiliging 2,2 2,1
Overige 0,4 0,7
  1,8 9,1

4.4 Overige lasten

M€ 150,0 - (2020: M€ 139,2)

  2021 2020
Administratie- en beheerskosten 1,0 1,2
Inventaris en apparatuur¹ 28,6 23,3
Dotatie overige voorzieningen² -0,1 0,5
Overige³ 120,5 114,2
  150,0 139,2
Specificatie overige lasten - overige 2021 2020
Gebruik- en verbruiksgoederen 22,1 18,1
Subsidies 22,2 20,6
Reis- en verblijfskosten 6,2 7,5
Uitbestede werkzaamheden 29,7 26,1
Algemene kosten 11,9 12,4
Boeken, tijdschriften e.d. 8,0 8,4
Org.- en juridische adviezen 1,2 1,5
Representatiekosten 2,8 2,4
Overige 16,4 17,1
  120,5 114,2

Honorarium accountant

Bedragen in k€

  Honorarium huisaccountant Deloitte
(Basis activiteiten)
Honorarium huisaccountant Deloitte (Netwerk *1) Honorarium overige acc. organisaties (tbv netwerkplus benadering) Totaal 2021
- Onderzoek van de jaarrekening  484,2  -  51,7   535,9 
- Andere controle opdrachten  115,3  - -  115,3 
- Adviesdiensten op fiscaal terrein -  12,4   1,3   13,7 
- Andere niet controle diensten -  75,4   208,8   284,2 
Totaal  599,5   87,8   261,8   949,1 

Bedragen in k€

  Honorarium huisaccountant Deloitte
(Basis activiteiten)
Honorarium huisaccountant Deloitte (Netwerk *1) Honorarium overige acc. organisaties (tbv netwerkplus benadering) Totaal 2020
- Onderzoek van de jaarrekening  533,5  -  30,5   564,0 
- Andere controle opdrachten  151,6  -  2,4   154,0 
- Adviesdiensten op fiscaal terrein -  25,4   2,1   27,5 
- Andere niet controle diensten  2,4   583,9   343,6   929,9 
Totaal  687,5   609,3   378,6   1.675,4 

5 Financiële baten en lasten

M€ 3,8 - (2020: M€ -0,3)

  2021 2020
Rentebaten*  4,6   0,1 
Waardeveranderingen fin.vaste activa en effecten -0,7 -0,3
Rentelasten -0,1 -0,1
  3,8 -0,3

6 Belastingen

M€ -0,1 – (2020: M€ -0,1)

  2021 2020
Belastingen -0,1 -0,1

7 Resultaat aandeel van derden

M€ 16,0- (2020: M€ -6,6)

  2021 2020
Erasmus MC 16,0 -6,6

Gebeurtenissen na balansdatum

Op 10 februari 2022 is  de entiteit Build to Grow B.V. opgericht. Erasmus Enterprise B.V. heeft bij oprichting 20% eigendom van de aandelen in Build to Grow B.V. verkregen en deze aandelen nominaal volgestort.

Geconsolideerde partijen

Naam Juridische vorm Statutaire
zetel
Deelname percentage Code * Activiteiten Eigenvermogen 31 dec. 2021 Resultaat 2021 Omzet 2021 Art 2:403 BW Consolidatie
EUR Holding B.V. B.V. Rotterdam 100 3  22,7   0,6   31,4  Nee Ja
Meegeconsolideerde partijen van EUR Holding B.V.;                  
Corporate Communication Centre (CCC) B.V. B.V. Rotterdam 100 1,2  0,9   0,1   0,8  Nee Ja
Erasmus Marketing Institute (EMI) B.V. B.V. Rotterdam 100 1 - - - Nee Ja
Instituut SMO B.V. B.V. Den Haag 100 2 - - - Nee Ja
Fiscaal Economisch Instituut (FEI) B.V. B.V. Rotterdam 100 1  1,1  -  1,1  Nee Ja
Erasmus Academie B.V. B.V. Rotterdam 100 1,2  0,3  -0,4  2,2  Nee Ja
Erasmus Universiteit Rotterdam Accountancy, Auditing en Controlling (EURAC) B.V. B.V. Rotterdam 100 1,2  4,4   0,3   9,6  Nee Ja
RISBO Contractresearch B.V. B.V. Rotterdam 100 2  2,0  -  2,6  Nee Ja
Sociaal-Economisch Onderzoek Rotterdam (SEOR) B.V. B.V. Rotterdam 100 2  0,5  -  1,1  Nee Ja
Institute for Housing and Urban Development Studies (IHS) B.V. B.V. Rotterdam 100 1,2  5,5   0,5   7,3  Nee Ja
Erasmus Centre for Urban, Port and Transport Economics (EUPT) B.V. B.V. Rotterdam 100 1,2  1,2   0,1   2,4  Nee Ja
Erasmus SmartPort Rotterdam (ESPR) B.V. B.V. Rotterdam 100 1,2  0,7   0,1   1,2  Nee Ja
Erasmus Centrum voor Zorgbestuur B.V. (ECZ B.V.) B.V. Rotterdam 100 1  2,2   0,2   2,6  Nee Ja
Institute for Medical Technology Assessment (iMTA) B.V. B.V. Rotterdam 100 2  1,5  -  2,0  Nee Ja
Dutch Research Institute for Transitions (DRIFT) B.V. B.V. Rotterdam 100 1,2  0,4  -  2,6  Nee Ja
Erasmus Institute for Business Economics (EIBE) B.V. B.V. Rotterdam 100 2  0,9  - 0,8   0,2  Nee Ja
EURFlex B.V. B.V. Rotterdam 100 3  0,6   0,2   5,9  Nee Ja
EQI B.V. B.V. Rotterdam 100 2 -0,1 -0,1 1,2 Nee Ja
ESL ExEd B.V. B.V. Rotterdam 100 1 -  0,1   0,3  Nee Ja
Erasmus Enterprise B.V. B.V. Rotterdam 100 3  0,4   0,2   3,9  Nee Ja
Meegeconsolideerde partijen van Erasmus Enterprise B.V.;                  
Erasmus Centre for Entrepreneurship B.V. (ECE) B.V. Rotterdam 100 1,2  0,1   0,1   1,5  Nee Ja
Erasmus University Centre for Contract Research and Business Support (ERBS) B.V. B.V. Rotterdam 100 2  0,1  -  0,3  Nee Ja
RSM B.V. B.V. Rotterdam 100 1,2  11,6   0,6   17,8  Nee Ja
Meegeconsolideerde partij van RSM B.V.; RSM Executive Education B.V. B.V. Rotterdam 100 1  0,4  -  0,4  Nee Ja
Erasmus MC O&O Holding B.V. B.V. Rotterdam 100 2  16,3  - 0,6  - Nee Ja
Meegeconsolideerde partijen van Erasmus MC O&O Holding B.V.;                  
Thoraxcentrum Research B.V. B.V. Rotterdam 100 2  4,2  - 0,1   3,6  Nee Ja
ViroNovative B.V. B.V. Rotterdam 100 3  1,7   0,1   2,0  Nee Ja
Eurza Arbo B.V. B.V. Rotterdam 100 3 - - - Nee Ja
Neurasmus B.V. B.V. Rotterdam 100 2  0,1  - 0,1   0,1  Nee Ja
Erasmus MC Diabetesstation B.V. B.V. Rotterdam 78 3 - - - Nee Ja
MI&EUR Implementation and Exploitation B.V. B.V. Rotterdam 100 2  1,3   0,2   0,3  Nee Ja
Erasmus Sport Centrum Stichting Rotterdam - 3  0,9  -  2,3  Nee Ja
Erasmus Sportaccommodaties Stichting Rotterdam - 3 -  0,1  - Nee Ja
Universitair Historisch Kabinet van de Erasmus Universiteit Stichting Rotterdam - 3 - - - Nee Ja

Enkelvoudige balans per 31 december 2021 na resultaatbestemming

in M€   2021 2020
1. ACTIVA    
       
  Vaste activa    
1.1 Immateriële vaste activa 4,5 6,2
1.2 Materiële vaste activa 255,0 248,2
1.3 Financiële vaste activa 42,7 37,3
       
  Totaal vaste activa 302,2 291,7
       
       
  Vlottende activa    
1.4 Voorraden 0,0 -
1.5 Vorderingen 29,8 26,1
1.6 Liquide middelen 56,2 58,5
       
  Totaal vlottende activa 86,0 84,6
       
  Totaal activa 388,2 376,3
       
       
2. PASSIVA    
       
2.1 Eigen vermogen 218,1 220,9
       
2.2 Voorzieningen 23,3 21,0
2.3 Langlopende schulden 7,8 8,2
2.4 Kortlopende schulden 139,0 126,2
       
  Totaal passiva 388,2 376,3

Enkelvoudige staat van baten en lasten over 2021

in M€   Rekening
2021
Begroting
2021
Rekening
2020
3. BATEN      
3.1 Rijksbijdragen 369,2  344,3  325,8
3.2 College-, cursus-, les- en examengelden 63,1  71,1  66,7
3.3 Baten werk in opdracht van derden  34,1   37,1  31,0
3.4 Overige baten  24,1   30,8  23,8
         
  Totaal baten 490,5  483,3  447,3
         
4. LASTEN      
4.1 Personeelslasten 274,6  260,2  256,2
4.2 Afschrijvingen 21,1  23,7  20,1
4.3 Huisvestingslasten 19,7  22,2  19,2
4.4 Overige lasten  179,1   206,2  170,0
         
  Totaal lasten 494,5  512,3  465,5
         
  Saldo baten en lasten -4,0 -29,0 -18,2
         
5. Financiële baten en lasten -0,1 -0,1 -0,1
         
6. Resultaat deelnemingen 1,4 -1,5 -2,1
         
  Resultaat -2,7 -30,6 -20,4

Enkelvoudige kasstroomoverzicht over 2021

in M€ 2021   2020  
Kasstroom uit operationele activiteiten        
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering   -4,0   -18,2
         
Aanpassingen voor aansluiting bedrijfsresultaat        
Aanpassingen voor afschrijvingen 21,1   20,1  
Toename (afname) van voorzieningen 2,3   -0,2  
    23,4   19,9
Veranderingen in werkkapitaal        
Toename (afname) van voorraden -   0,1  
Toename (afname) van kortlopende vorderingen -3,7   2,4  
Toename (afname) van kortlopende schulden 12,8   -1,3  
    9,1   1,2
Kasstroom uit bedrijfsoperaties   28,5   2,9
Betaalde interest   0,1   0,1
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten   28,4   2,8
         
Kasstroom uit investeringsactiviteiten        
Verwerving van immateriële vaste activa  0,1    2,9  
Verwerving van materiële vaste activa 26,2   11,4  
Investeringen in deelnemingen en samenwerkingsverbanden -0,2   -0,4  
Toename (afname) leningen aan OCW en EZ -0,4   -0,6  
Toename (afname) overige financiële vaste activa 4,6   2,5  
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten   -30,3   -15,8
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten        
Toename (afname) langlopende schulden -0,4   -0,4  
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten   -0,4   -0,4
         
Toename (afname) van liquide middelen   -2,3   -13,4
         
Stand liquide middelen per 1 januari   58,5   71,9
Stand liquide middelen per 31 december   56,2   58,5
Mutatie liquide middelen   -2,3   -13,4

Grondslagen behorende tot de enkelvoudige jaarrekening

Algemeen

Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven is door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs. In de jaarrekening zijn de bedragen vermeld in miljoenen euro’s (tenzij anders aangegeven).

Grondslagen van waardering en van resultaatbepaling
De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling voor de enkelvoudige jaarrekening zijn gelijk aan die voor de geconsolideerde jaarrekening. Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten. Voor zover posten uit de enkelvoudige balans en de enkelvoudige staat van baten en lasten hierna niet nader zijn toegelicht, wordt verwezen naar de grondslagen op de geconsolideerde balans en staat van baten en lasten.

Deelnemingen
Deelnemingen in groepsmaatschappijen en overige deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaarde methode. Invloed van betekenis wordt in ieder geval verondersteld aanwezig te zijn bij het kunnen uitbrengen van 20% of meer van de stemrechten.

Grondslagen voor de WNT
De Wet normering topinkomens (WNT) brengt met zich mee dat zowel de bezoldiging als een eventuele vergoeding bij beëindiging van het dienstverband aan maxima zijn gebonden.
Het wettelijk bezoldigingsmaximum in 2021 is € 209.000. Dit maximum is samengesteld uit de componenten beloning, belastbare vaste en variabele onkosten- vergoedingen en voorzieningen beloning betaalbaar op termijn. De WNT bepaalt dat als ontslagvergoeding voor een bestuurder maximaal een bedrag van € 75.000 bruto overeengekomen mag worden.

Toelichting behorende tot de enkelvoudige balans

1.1 Immateriële vaste activa

M€ 4,5 - (2020: M€ 6,2)

  Ontwikkelingskosten Conc. Verg. & rechten v. Intell. Eigendom Vooruitbetalingen Totaal
Aanschafprijs - 12,7 0,4 13,1
Cum.afschr.en waardeverminderingen - -6,9 - -6,9
Boekwaarde 1 januari 2021   5,8 0,4 6,2
         
Investeringen - - 0,1 0,1
Desinvesteringen - -0,1 - -0,1
Mutatie - - - 0,0
Afschrijvingen - -1,7 - -1,7
Afschrijving op desinvestering - 0,1 - 0,1
         
Aanschafprijs - 12,6 0,5 13,1
Cum.afschr.en waardeverminderingen - -8,6 - -8,6
Boekwaarde 31 december 2021 - 4,0 0,5 4,5

1.2 Materiële vaste activa

M€ 255,0 - (2020: M€ 248,2)

  Gebouwen en terreinen Inventaris en app. (incl. 1ste inrichting) In uitvoering en vooruitbetalingen Totaal
Aanschafprijs 402,8 36,6 10,7 450,1
Cum.afschr.en waardeverminderingen -180,6 -21,3 - -201,9
Boekwaarde 1 januari 2021 222,2 15,3 10,7 248,2
         
Investeringen -  2,3   23,9   26,2 
Desinvesteringen -11,6 -1,3 - -12,9
Mutatie  1,9   0,2  -2,1 -
Afschrijvingen -13,6 -4,5 - -18,1
Afschrijving op desinvestering  10,3   1,3  -  11,6 
         
Aanschafprijs 393,1 37,8 32,5 463,4
Cum.afschr.en waardeverminderingen -183,9 -24,5 - -208,4
Boekwaarde 31 december 2021 209,2 13,3 32,5 255,0

De boekwaarde ultimo 2021 van MVA in uitvoering en vooruitbetalingen op MVA is inclusief M€ 11,8 betreffende de in aanbouw zijnde sportcomplex op de campus Woudestein. De investeringen die in 2021 hebben plaatsgevonden hierin bedragen M€ 9,3. De geplande oplevering van dit sportcomplex zal plaatsvinden in het derde kwartaal van 2022.
De EUR is in 2014 een financial lease met de gemeente Rotterdam aangegaan voor een onderwijsgebouw met een looptijd van 40 jaar. De netto investering zoals verantwoord in de post Gebouwen en terreinen bedroeg in 2014 M€ 9,5. Dit pand is geen juridisch eigendom van de EUR.

WOZ en verzekerde waarde gebouwen / terreinen, bedrijfsuitrusting / inventaris en boeken / mediacollectie (in M€):

  WOZ-
waarde
Peildatum Verzekerde
waarde
Peildatum
Gebouwen en terreinen 341,3 2018/2020 608,0 2021
Bedrijfsuitrusting en inventaris     165,0 2021
Boeken en mediacollectie     20,2 2021

1.3 Financiële vaste activa

M€ 42,7 - (2020: M€ 37,3)

  Stand per
01 jan. 2021
Invest.en verstr.leningen Desinvest.en aflossingen Aandeel in result.deeln. Stand per
31 dec. 2021
Deeln. in groepsmaat- schappijen 33,5 - -0,2 1,4 34,7
Vord. op groepsmaat- schappijen 3,3  4,7  -0,1 - 7,9
Vorderingen op OCW¹ 0,4 - -0,4 - -
Overige vorderingen ²  0,1  - - -  0,1 
Totaal 37,3 4,7 -0,7 1,4 42,7
Naam Juridische
vorm
Statutaire zetel Code activiteiten* Eigen vermogen
31 dec. 2021
Exploitatiesaldo 2021 Omzet 2021 Verklaring
art. 2:403 BW
ja/nee
Consolidatie percentage Deelname percentage
EUR Holding B.V. B.V. Rotterdam 1/2/3  22,7   0,6   31,4  nee 100% 100%
RSM B.V. B.V. Rotterdam 1/2  11,6   0,6   17,8  nee 100% 100%
Erasmus Enterprise B.V. B.V. Rotterdam 3  0,4   0,2   3,9  nee 100% 100%
Totaal        34,7   1,4   53,1       
Naam verbonden partij Omschrijving doelstelling Samenstelling van bestuur en directie
EUR Holding B.V. Het ten behoeve van de primaire activiteiten van de Universiteit faciliteiten in de vorm van werkmaatschappijen te bieden (100% dochters van de EUR Holding) waarin contractonderwijs en
contractonderzoek kunnen worden ondergebracht indien universitaire onderdelen daar redenen voor zien.
■ Prof. dr. C.W.A.M. van Paridon / Statutair Directeur
Rotterdam School of Management B.V. Het organiseren en het (doen) verzorgen van privaat-gefinancierde, door Erasmus Universiteit Rotterdam geaccrediteerde niet-initiële managementopleidingen (fulltime dan wel parttime) op het gebied van de bedrijfskunde, zulks in nauwe samenhang met de opleidingen, die worden
verzorgd door Erasmus Universiteit Rotterdam, meer in het bijzonder de faculteit der Bedrijfskunde van
de EUR.
■ Mrs. Prof. Dr. N.S. Kleyn / Statutair Directeur
■ Mr R.S. Hageman MSc / Statutair Directeur
Erasmus Enterprise B.V. Erasmus Enterprise B.V. is opgericht met het doel de maatschappelijke impact van de Erasmus Universiteit Rotterdam te vergroten, ondernemerschap te stimuleren en kennisoverdracht vanuit EUR naar de maatschappij te verbeteren.
Erasmus Enterprise B.V. ontwikkelt en levert daarvoor onderwijsprogramma’s aan EUR studenten en externen, neemt aandelen in universitaire spin-outs, en onderhoudt relaties met EUR studenten, EUR-alumni en maatschappelijke partners. Specifiek met betrekking tot universitaire spin-outs ondersteunt zij deze met het verstrekken van achtergestelde leningen, aandeelhouderschap of ondersteuning met de administratie en bedrijfsvoering.
■ Mr E.W. Hoestra CFM / Directeur

Vlottende activa

1.4 Voorraden

M€ 0 (2020: M€ 0)

  2021 2020
Gebruiksgoederen - -

1.5 Vorderingen

M€ 29,8 - (2020: M€ 26,1)

  2021   2020  
Debiteuren 7,6   4,2  
OCW¹ 0,3   0,7  
Groepsmaatschappijen 5,5   2,8  
Studenten / deelnemers / cursisten 0,9   1,1  
Waardering onderhanden projecten 5,2   4,4  
Voorzieningen wegens oninbaarheid vorderingen -1,1   -0,9  
    18,4   12,3
Vooruitbetaalde kosten 5,0   6,0  
Verstrekte voorschotten 0,1   0,1  
Overige overlopende activa 6,3   7,7  
Overlopende activa   11,4   13,8
    29,8   26,1

Waardering onderhanden projecten:

Nog te declareren projectkosten 2021 2020
Gerealiseerde projectkosten 24,8 24,1
Voorlopige resultaten -0,1 -
Gedeclareerde termijnen -19,5 -19,7
  5,2 4,4

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

  2021 2020
Stand per 1 januari -0,9 -1,1
Overige mutaties -0,2 0,2
Stand per 31 december -1,1 -0,9

1.6 Liquide middelen

Het saldo liquide middelen is als volgt opgebouwd:

M€ 56,2 - (2020: M€ 58,5)

  2021 2020
Tegoeden op bankrekeningen 0,2 1,8
Schatkistbankieren 56,0 56,7
  56,2 58,5

2.1 Eigen vermogen

Het eigen vermogen is opgebouwd uit de algemene reserve en bestemmingsreserves en –fondsen (onderverdeeld naar publiek c.q. privaat).
Het verloop in het eigen vermogen is als volgt:

M€ 218,1 - (2020: M€ 220,9)

  Stand per
01 jan. 2021
Mutatie Resultaat Stand per
31 dec. 2021
Algemene reserve  78,2   65,7  -4,3 139,6
         
Bestemmingsreserve (publiek)        
Strategische ruimte¹  13,0   3,8  - 16,8
Gelden vanwege het sectoroverleg  2,1  - -0,1 2,0
Reserve vh verm.uit onroerende goederen²  72,9  -72,9 - -
Investeringsreserve  1,8  - - 1,8
Overige³  19,0  -4,2  0,1  14,9
  108,8 -73,3 - 35,5
Bestemmingsreserve (privaat)        
Universitaire reserve -  8,2  - 8,2
EUR Holding B.V.  22,6  -0,6  0,6  22,6
Rotterdam School of Management B.V.  10,9  -  0,7  11,6
Erasmus Enterprise B.V. -  0,1   0,2  0,3
  33,5 7,7 1,4 42,7
Bestemmingsfonds (privaat)        
Tinbergen Instituut  0,4  -0,4  0,2  0,2
         
Andere wettelijke reserves        
EUR Holding B.V. -  0,1  -  0,1 
Erasmus Enterprise B.V. -  0,1  -  0,1 
         
  220,9 -0,1 -2,7 218,1

Het garantievermogen is gelijk aan het eigen vermogen.

De bedragen in de kolom mutatie hebben grotendeels betrekking op:

  • Vrijval bestemde reserve van het vermogen uit onroerende goederen M€ 72,9;
  • Bijstelling bestemde reserve strategische ruimte M€ 3,8;
  • Als onderdeel van de implementatie van de nieuwe beleidsregels investeringen met publieke middelen in private activiteiten, hebben wij binnen de algemene reserves van EUR een onderscheid gemaakt tussen het publieke en private vermogen. Op basis van een interne systematiek hebben wij bepaald dat de omvang van het private universitaire vermogen per 31 december 2021 M€ 8,2 bedraagt. In het verloopzicht van het Eigen Vermogen hebben we dit als overige mutatie verwerkt. 
     

Voorstel resultaatbestemming

Het nettoresultaat over 2021 is als volgt verdeeld:

Algemene reserve -4,3  
Bestemmingsreserve (publiek) -  
Bestemmingsreserve (privaat)  1,4   
Bestemmingsfonds (privaat)  0,2   
Andere wettelijke reserves -  
Totaal -2,7  

Voornoemd nettoresultaat is exclusief het nettoresultaat van het Erasmus MC.

2.2 Voorzieningen

M€ 23,3 - (2020: M€ 21,0)

  Personeels-
voorzieningen
Milieu voorziening Overige voorzieningen Totaal
Stand per 1 januari 2021 12,5 8,0  0,5  21,0
         
Dotaties  8,8  - 0,1  8,9 
Verandering disconteringsvoet
/ oprenting
- 0,4 -  0,4 
Vrijval -1,0 - -0,2 -1,2
Onttrekkingen -5,8 - - -5,8
Stand per 31 december 2021 14,5 8,4 0,4 23,3
         
Kortlopende deel < 1 jaar  4,9  -  0,4   5,3 
Langlopende deel > 1 jaar  9,6  8,4 -  18,0 

Personele voorzieningen
De personele voorzieningen zijn als volgt nader onderverdeeld:

  Stand per
1 jan. 2021
Dotatie Verandering disc.voet / oprenting Vrijval Onttrekking Stand per
31 dec. 2021
Kortl.deel
< 1 jaar
Langl. deel
> 1 jaar
Werkloosheidsbijdragen 1,6 1,5 - - -1,4 1,7 0,9 0,8
Soc.beleid, reorganisatie en rechtspositioneel 0,9 2,7 - -0,2 -1,4 2,0 0,7 1,3
Verlof sparen en sabbatical leave 4,7 1,3 - -0,2 -0,8 5,0 1,3 3,7
Jubileumvoorziening 3,4 0,5 - - -0,3 3,6 0,3 3,3
Transitievergoeding 1,2 0,3 - -0,4 -0,4 0,7 0,3 0,4
Langdurig zieken 0,7 2,5 - -0,2 -1,5 1,5 1,4  0,1 
  12,5  8,8  - -1,0 -5,8 14,5  4,9   9,6 

2.3 Langlopende schulden

M€ 7,8 - (2020: M€ 8,2)

  Lease verplichtingen aan gemeenten Overige Totaal
Stand per 1 januari 2021 7,7 0,5 8,2
Mutatie -0,2 -0,2 -0,4
Langlopend per 31 december 2021 7,5 0,3 7,8
       
Looptijd > 5 jaar 6,7 0,3 7,0

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar ter hoogte van M€ 0,2 zijn niet begrepen in de hierboven genoemde bedragen, maar opgenomen onder de kortlopende schulden.

Lease verplichtingen
De EUR is in 2014 een financial lease met de gemeente Rotterdam aangegaan voor een pand met een looptijd van 40 jaar.

Overige langlopende schulden

Tinbergen Instituut
De langlopende verplichting opgenomen ten behoeve van het Tinbergen Instituut bedraagt ultimo 2021 M€ 0,3. In de samenwerkingsovereenkomst tussen de participerende partijen (EUR, VU, UVA) is de verdeling van overschotten en/of tekorten opgenomen.

2.4 Kortlopende schulden

M€ 139,0 - (2020: M€ 126,2)

  2021   2020  
Crediteuren 11,9   7,4  
Gemeenten en GR's 0,3   0,3  
Schulden aan groepsmaatschappijen 6,1   3,1  
Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen projecten¹ 35,2   28,7  
Belastingen en premies soc.verzekeringen 13,2   11,8  
Schulden terzake van pensioenen 3,4   3,0  
    70,1   54,3
Vooruitontvangen college- en lesgelden 30,3   38,1  
Vooruitontvangen baten  0,9    2,0  
Vooruitontvangen sectormiddelen² 6,1    7,2   
Vooruitontvangen niet-normatieve Rijksbijdrage³ 4,5   -  
Vooruitontvangen subsidies⁴ 0,7   -  
Vakantiegeld en -dagen 20,9   16,8  
Nog te betalen kosten  5,5    7,8  
    68,9   71,9
    139,0   126,2

Vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen projecten

Vooruit-gedeclareerde projectkosten 2021 2020
Gerealiseerde projectkosten -33,4 -27,2
Voorlopige resultaten -0,1 0,3
Gedeclareerde termijnen 68,7 55,6
  35,2 28,7

Model G Verantwoording subsidies

G1 Subsidies zonder verrekeningsclausule 

Omschrijving Toewijzing Kenmerk Toewijzing Datum Prestatie afgerond?
Subsidieregeling extra hulp voor de klas COHO21-20024  7 oktober 2021 Nee

G2A Subsidies met verrekeningsclausule (aflopend EURO Bedragen: x 1 )

Omschrijving Toewijzing Kenmerk Toewijzing Datum Bedrag toewijzing Ontvangen t/m 2020 Lasten t/m 2020 Stand
1 jan. 2021
Ontvangsten in 2021 Lasten in 2021 Te verrekenen 31 december 2021
Subsidieregeling coronabanen COHO210029 13 april 2021  465.000  - - -  465.000   190.573   274.427 

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Rechten

  • De EUR heeft diverse verhuurovereenkomsten met verbonden partijen. Het totale recht betreft M€ 7,5.
  • De EUR heeft een kredietfaciliteit van M€ 25,0 afgesloten met haar verbonden partij Stichting Erasmus Sportaccommodaties. Hiervan is per balansdatum M€ 7,6 opgenomen.

Verplichtingen

  • Het commitment van M€ 1,0 dat vanuit Erasmus Enterprise B.V. is aangegaan met het Graduate Entrepreneur Fund Coöperatief U.A., zal door de EUR gefinancierd worden door middel van vermogensstortingen in Erasmus Enterprise B.V. (zogenaamde informele kapitaalstorting). Dit commitment wordt gedekt vanuit het private vermogen van de EUR. Per ultimo 2021 is een informele kapitaalstorting van M€ 0,1 gedaan. Het resterend bedrag van M€ 0,9 zal naar verwachting in 2022 gestort worden.
  • De EUR is met haar 20% deelneming YES!Delft B.V. overeengekomen dat de EUR jaarlijks haar een aandeelhoudersbijdrage betaald van k€ 150 vanaf 2020 t/m 2024.
  • De EUR is met haar 20% deelneming YES!Delft B.V. overeengekomen dat de EUR jaarlijks haar een bijdrage betaald van k€ 500 vanaf 2021 t/m 2024 om haar activiteiten te kunnen uitvoeren.
  Korter dan
1 jaar
Tussen 1 en 5 jaar Langer dan
5 jaar
Totaal 31 dec. 2021
Rechten  4,1   5,3  -  9,5 
Garanties  0,5   0,8   0,1   1,4 
         
Niet verwerkte verplichtingen        
Huur huisvesting  0,7   2,2   0,9   3,8 
Softwarelicenties  2,2   2,8  -  5,1 
Uitgeverslicenties  2,2   2,9  -  5,1 
Investeringen  21,6  - -  21,6 
Claims  7,2  - -  7,2 
Andere niet in de balans opgenomen verplichtingen  25,4   40,7   16,7   82,8 
Totaal verplichtingen  59,3   48,6   17,6   125,5 

Toelichting behorende tot de enkelvoudige staat van baten en lasten

3.1 Rijksbijdragen

M€ 369,2 - (2020: M€ 325,8)

  2021 2020
Rijksbijdrage OCW  471,5  420,5
Af: Inkomensoverdracht van Rijksbijdragen -102,3 -94,7
  369,2 325,8

3.2 College-, cursus-, les- en examengelden

M€ 63,1 - (2020: M€ 66,7)

  2021 2020
Collegegelden 63,1 66,7

3.3 Baten werk in opdracht van derden

Onder ‘baten werk i.o.v. derden’ zijn alle opbrengsten van de dienstverleningsprojecten verantwoord naar rato van de besteding.

M€ 34,1 - (2020: M€ 31,0)

  2021   2020  
Contractonderwijs   4,9   5,1
Contractonderzoek        
Overige non-profit organisaties 5,1   4,8  
Bedrijven en overig 1,1   1,2  
Nationale overheden 4,0   3,6  
Internationale organisaties 7,5   6,9  
NWO (excl. ZonMw) 8,4   6,5  
    26,1   23,0
Overige   3,1   2,9
    34,1   31,0

3.4 Overige baten

M€ 24,1 - (2020: M€ 23,8)

  2021 2020
Verhuur 5,3 5,2
Detachering personeel 4,8 4,7
Schenking 0,6 0,5
Sponsoring 0,4 0,2
Deelnemerbijdragen 0,3 0,1
Studentenbijdragen 1,2 0,7
Overige 11,5 12,4
  24,1 23,8
Overige baten specificatie - Overige 2021 2020
Pro Rata BTW 1,4 0,9
Bijdrage van derden 5,8 5,7
Opbrengst uit dienstverlening 3,6 4,1
Overige 0,7 1,7
  11,5 12,4

4.1 Personeelslasten

M€ 274,6 - (2020: M€ 256,2)

  2021   2020  
Lonen en salarissen 180,6   168,1  
Sociale lasten 22,9   20,7  
Pensioenlasten 29,7   25,7  
    233,2   214,5
         
Dotatie personele voorzieningen¹ 7,8   5,0  
Personeel niet in loondienst 21,7   22,6  
Overige 14,4   15,5  
Overige personele lasten   43,9   43,1
Af: uitkeringen   -2,5   -1,4
    274,6   256,2

Personeelsopbouw

Gemiddeld aantal fte’s 2021 2020*
WP 1.631 1.578
OBP 1.176 1.099
Totaal 2.807 2.677

Overzicht Wet Normering Topinkomens

Ingevolge de Wet Normering Topinkomens (WNT) is onderstaand een overzicht opgenomen van bezoldiging (en functie) van medewerkers die in dienst zijn van de rechtspersoon EUR incl. de leden van het CvB. De rapportage van de medewerkers van het Erasmus MC incl. de hierin geconsolideerde B.V.’s, zijn opgenomen in de jaarrekening van het Erasmus MC. Het aantal topfunctionarissen dat geen bestuurder is en een bezoldiging ontvangt boven de WNT-norm neemt de afgelopen jaren af door actief beleid op bezoldiging onder de WNT norm. Op dit moment is er nog sprake van 10 hoogleraren en decanen met een bezoldiging boven de WNT norm.

Met ingang van 2016 gaat de klassenindeling van het onderwijs voor de toepassing van de WNT niet langer uit van deelsectoren, maar van een systeem van ‘complexiteitspunten’. Onderdeel van de nieuwe regels is dat elke instelling zichzelf in het financieel verslaggevingsdocument complexiteitspunten toekent volgens een bepaald systeem (vastgelegd in de Regeling bezoldiging topfunctionarissen onderwijssectoren), en daaruit afleidt tot welke klasse zij voor de toepassing van de WNT dient te worden gerekend. De volgende complexiteitspunten zijn van toepassing op de EUR:

OCW-sector Aantal complexiteitspunten
Gemiddelde totale baten 10
Gemiddeld aantal bekostigde leerlingen, deelnemers of studenten 5
Het gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren 5
Totaal complexiteitspunten 20

Op basis van 20 complexiteitspunten is de maximale score (klasse G) van toepassing. Het wettelijk bezoldigingsmaximum per 1 januari 2021 is € 209.000. Toekening bezoldiging is hiermee in overeenstemming.

WNT Topfunctionarissen

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking of zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling of gewezen topfunctionarissen.

Tabel 1a: Bezoldiging topfunctionarissen

  Dhr. H. Brinksma Mevr. E.M.A. van Schoten Mevr. A.L. Bredenoord Dhr. F.A. van Duijn-Schouten Dhr. R.C.M.E. Engels
Dienstbetrekking Ja Ja Ja Ja Ja
Functie(s) Voorzitter CvB Lid CvB Rector Magnificus Rector Magnificus Voormalig Rector Magnificus
Aanvang functie 01-01 01-01 01-10 01-01 n.v.t.
Einde functie 31/12 31/12 31-12 30-09 n.v.t.
Taakomvang (fte) 1,0 1,0 1,0 0,6 1,0
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  185.105   184.775   35.748   93.701   142.002 
Beloning betaalbaar op termijn  23.423   23.811   5.722  -  22.277 
Totale bezoldiging 208.528 208.586 41.470 93.701 164.279
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 209.000 209.000 52.679 93.792 209.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bezoldiging 208.528 208.586 41.470 93.701 164.279
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Aanvang functie vorig verslagjaar 01-09 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 01-01
Einde functie vorig verslagjaar 31-12 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 31-12
Taakomvang (fte) vorig verslagjaar  1,0  n.v.t. n.v.t. n.v.t.  1,0 
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen in vorig verslagjaar  59.281  n.v.t. n.v.t. n.v.t.  178.400 
Beloning betaalbaar op termijn in vorig verslagjaar  7.359  n.v.t. n.v.t. n.v.t.  21.414 
Totale bezoldiging in vorig verslagjaar  66.640  n.v.t. n.v.t. n.v.t.  199.814 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum in vorig verslagjaar  67.000  n.v.t. n.v.t. n.v.t.  201.000 

Tabel 1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

  Mevr. J. Winter Dhr. C.J. van Duijn Mevr. L.B.J. van Geest Dhr. P.H.J.M. Visée Mevr. E. Giebels
Functie(s) Voorzitter RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT
Aanvang functie 01-01 01-01 01-01 01-01 01-01
Einde functie 31-12 31-12 31-12 31-12 31-12
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  31.350   20.900  -  20.900   20.900 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum  31.350   20.900   20.900   20.900   20.900 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Bezoldiging  31.350   20.900  -  20.900   20.900 
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Gegevens vorig verslagjaar          
Aanvang functie vorig verslagjaar 01-06 01-01 01-06 01-01 01-06
Einde functie vorig verslagjaar 31-12 31-12 31-12 31-12 31-12
Functie(s) vorig verslagjaar Voorzitter RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT
Bezoldiging in vorig verslagjaar  17.587   20.100  -  20.100   11.725 
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum in vorig verslagjaar  17.628   20.100   11.752   20.100   11.725 

Tabel 3a. Bezoldiging niet-topfunctionarissen

Functie(s) Taakomvang (fte) Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloning betaalbaar op termijn Totale bezoldiging Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum Toelichting overschrijding bezoldiging Taakomvang (fte) vorig verslagjaar Beloning plus belastbare onkostenvergoeding in vorig verslagjaar
Hoogleraar 1,0  214.257   24.394   238.651   209.000  1, 2, 4, 6 1,0  200.439 
Dekaan 1,0  191.448   23.657   215.105   209.000  1, 2, 4 1,0  186.687 
Hoogleraar 1,0  197.637   23.822   221.459   209.000  1, 2, 4 1,0  187.713 
Hoogleraar 1,0  211.779   24.625   236.404   209.000  1, 2, 4 1,0  216.089 
Hoogleraar 1,0  234.979   25.351   260.330   209.000  1, 2, 4 1,0  228.156 
Hoogleraar 0,4  82.434   8.991   91.425   83.600  2, 5 n.v.t. n.v.t.
Hoogleraar 1,0  206.525   24.254   230.779   209.000  1, 2, 4, 6 1,0  202.131 
Hoogleraar 1,0  207.176   23.647   230.823   209.000  1, 2, 4, 6 1,0  185.342 
Hoogleraar/Decaan 1,0  190.000   23.667   213.667   209.000  1, 2, 4 1,0  185.491 
Hoogleraar 1,0  187.769   23.814   211.583   209.000  1, 2, 4 1,0  184.160 

4.2 Afschrijvingen

M€ 21,1 - (2020: M€ 20,1)

  2021 2020
Immateriële vaste activa 1,7 1,4
Materiële vaste activa 19,4* 18,7
  21,1 20,1

4.3 Huisvestingslasten

M€ 19,7 - (2020: M€ 19,2)

  2021 2020
Huur 1,4 2,2
Verzekeringen 0,4 0,4
Onderhoud 5,8 4,7
Energie en water 2,9 3,0
Schoonmaakkosten 4,0 4,0
Belastingen en heffingen 2,3 2,3
Overige 2,9 2,6
  19,7 19,2
Specificatie huisvestingslasten - overige 2021 2020
Milieuverplichting en -risico's  0,4  -
Bewaking en beveiliging 2,2 2,1
Overige  0,3  0,5
  2,9 2,6

4.4 Overige lasten

M€ 179,1 - (2020: M€ 170)

  2021 2020
Administratie- en beheerskosten 0,5  0,9 
Inventaris en apparatuur 10,1  9,9 
Dotatie overige voorzieningen¹ -0,1  0,5 
Overige 168,6  158,7 
  179,1 170,0
Specificatie overige lasten - overige 2021 2020
Gebruik- en verbruiksgoederen 0,1  0,1 
Subsidies¹ 127,5 120,0
Reis- en verblijfskosten 1,2 1,5
Uitbestede werkzaamheden 21,2 18,2
Algemene kosten 3,3 3,7
Boeken, tijdschriften e.d. 6,3 6,5
Org. en juridische adviezen 0,8 0,6
Representatiekosten 1,2 1,0
Overige 7,0 7,1
  168,6 158,7

5 Financiële baten en lasten

M€ -0,1 - (2020: M€ -0,1)

  2021 2020
Rentelasten -0,1 -0,1
  -0,1 -0,1

6 Resultaat deelnemingen

M€ 1,4 - (2020: M€ -2,1)

  2021 2020
EUR Holding B.V. 0,6 -1,8
Rotterdam School of Management B.V. 0,6 -0,3
Erasmus Enterprise B.V. 0,2 -
  1,4 -2,1

Gebeurtenissen na balansdatum

Voor een beschrijving van de gebeurtenissen na balansdatum relevant voor de EUR, wordt verwezen naar de gebeurtenissen na balansdatum in de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening.

Rotterdam, 20 juni 2022
College van Bestuur

Prof.dr. H. Brinksma, voorzitter
 
Prof.dr. A.L. Bredenoord, rector magnificus
 
Dr. E.M.A. van Schoten RA

Rotterdam, 20 juni 2022
Raad van Toezicht
 
Prof. dr. J. Winter, voorzitter
 
Prof. dr. ir. C.J. van Duijn
 
Drs. L.B.J. van Geest
 
Prof.dr. E. Giebels
 
Dr. R. Vas-Bhat

Overige gegevens

Volgend hoofdstuk: Bijlage 1: Bestuur en medezeggenschap

Logo Reporting
Versie:
v3.8.11
Leverancier:
iWink

Met Reporting maak je professionele online publicaties. Rapportages die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over Reporting