Spring naar inhoud

Hoofdstuk 4 Kwaliteit – Zes thema’s, één universiteit

Kwaliteit

In 2022 ontving de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) initieel € 16,502 miljoen[1] in het kader van de Kwaliteitsafspraken Hoger Onderwijs (Kwaliteitsafspraken).

De Kwaliteitsafspraken dragen bij aan de uitwerking van de thema’s van de kwaliteits- en innovatiekalender die de EUR in 2019 opstelde om de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren.

De thema’s zijn:

  • het versterken van de innovatiecapaciteit en de professionaliteit van de docent (OC&W-thema’s 4 en 6);
  • de verbetering van het welzijn en de persoonlijke en professionele ontwikkeling van studenten (OC&W-thema’s 1 en 2);
  • het implementeren van onderwijs dat studenten in staat stelt om ingewikkelde en complexe problemen op basis van realistische vraagstukken in de buitenwereld te leren begrijpen (impactgedreven leren, OC&W-thema 4);
  • de verbeteringen op het gebied van onlineonderwijs – mede ingegeven door de geleerde lessen uit de Covid 19-pandemie (OC&W-thema’s 4 en 5).

De EUR Community voor Leren en Innoveren (CLI) ondersteunt de faculteiten op het gebied van docentprofessionalisering en onlineonderwijs (OC&W-thema’s 4 en 5). Het programma Erasmus X  jaagt innovaties aan om de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren. Dit hoofdstuk gaat over de bestedingen en de voortgang met betrekking tot het jaar 2022.

[1] In de Rijksbijdragebrief is € 470,000 toegevoegd voor marktaandeel- en prijspeilcorrectie.

Financiële verantwoording 2022

Tabel 3 toont de bestedingen op basis van de thema’s die door het ministerie van OC&W zijn aangegeven in de kaderregeling Kwaliteitsafspraken. Er was een lichte onderbesteding (15%) ten opzichte van de toegekende middelen. Dat komt door investeringen die zijn gedaan binnen het thema onderwijsdifferentiatie. Die investeringen bleven trouwens gelijk ten opzichte van 2021. De verhoogde toegekende middelen werden niet volledig benut, met name omdat het thema “impactleren” middelen reserveerde voor de opschaling van dit onderwijs vanaf 2023. Voor het overige werden de middelen zoals begroot besteed. 

Overzicht investeringen per thema Kwaliteitsafspraken 2022, x € 1.000.

tabel 3

OCW Thema Realisatie 2021 Budget 2022 Realisatie 2022
1 Kleinschalig intensief 3.935 4.178 4.054
2 Meer en betere begeleiding 3.169 2.704 2.632
3 Studiesucces 32 0 0
4 Onderwijsdifferentiatie 6.162 7.472 6.338
5 Onderwijsfaciliteiten 145 248 274
6 Professionalisering/docentkwaliteit 538 638 688
Nog nader te verdelen   1.261 0
  13.982 16.502 13.987

De EUR gebruikt intern andere themabenamingen dan de regeling van het ministerie van  OC&W in 2018 opstelde. De reden is dat de EUR-begrippen beter de ambities van de universiteit weergeven ten aanzien van de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. De koppeling met de OC&W-thema’s wordt altijd aangegeven.

Tabel 4 toont de besteding volgens de gekozen thema’s van de EUR. Wat onder deze thema’s wordt verstaan en wat de vorderingen waren in 2022, staat verderop in de inhoudelijke toelichting. De afname op het thema Innovatiecapaciteit komt doordat faculteiten scholingsactiviteiten op dit gebied afrondden. 

Overzicht investeringen per thema EUR 2022, x € 1.000.

tabel 4

EUR-thema Realisatie 2021 Budget 2022 Realisatie 2022
1 Personal Professional Development 3.805 3.765 3.996
2 Innovation Capacity 3.771 3.635 2.836
3 Personal Learning Online Facilities 2.654 2.709 2.288
4 Student Wellbeing 480 440 508
5 Impact at the Core 923 1.430 1.050
6 Innovative Space 1.006 1.350 1.264
7 CLI 1.343 2.000 2.045
Nog nader te verdelen   1.172  
Grand Total 13.982 16.502 13.987

Tabel 5 biedt het overzicht van de bestedingen per faculteit. ESHCC en FGG/Erasmus MC beginnen met ingang van het collegejaar 2023-2024 aan een tweede investeringsperiode. Begin 2023 overleggen ze met de medezeggenschap over de programma’s en projecten die de komende jaren mogelijk worden ingezet. Dit verklaart de onderbesteding in 2023. Oorzaak van de onderbesteding van ESE zijn de problemen met het aantrekken van nieuw personeel. 

Overzicht investeringen per faculteit EUR 2022, x € 1.000.

tabel 5

  Realisatie 2021 Budget 2022 Realisatie 2022   Prognose 2023 Prognose 2024
FGG/EMC 1.727 1.547 773   2.586 760
ESE 1.787 2.267 1.777   2.838 3.135
ESHPM 353 340 439   429 538
ESL 1.818 1.786 1.587   2.128 1.971
ESSB incl. EUC 1.919 1.484 1.990   2.278 2.358
ESHCC 445 490 361   518 518
RSM 1.914 1.911 1.919   2.442 2.446
ESPhil 266 251 273   303 332
Grand Total 10.229 10.076 9.120   13.522 12.058

In tabel 6 is een overzicht opgenomen van de bestedingen op centraal universiteitsniveau waarmee de faculteiten worden ondersteund. De onderbesteding met betrekking tot het programma Impact at the Core wordt verklaard door een reservering waarmee in de aankomende jaren het onderwijs in impactleren wordt versterkt. 

Overzicht investeringen centrale programma’s EUR 2022, x € 1.000.

tabel 6

  Realisatie 2021 Budget 2022 Realisatie 2022 ∆ Realisatie vs. budget % Realisatie vs. Budget   prognose 2023 prognose 2024
Innovative Space 1.006 1.261 1.264 3 0%   1.300 1.198
Impact at the Core 923 1.430 1.050 -380 -27%   1.268 1.440
Student Wellbeing 480 440 508 68 15%   415 440
CLI 1.343 2.000 2.045 45 2%   2.930 2.930
Nog nader te verdelen   1.291   -1.291        
Grand Total 3.752 6.426 4.867 -1.559     5.913 6.008

De midterm evaluatie van de kwaliteits- en innovatiekalender van het onderwijs

De plannen voor de Kwaliteitsafspraken zijn opgenomen in de kwaliteits- en innovatiekalender. Dit zijn de belangrijkste veranderingen: 
Opvolgen van midterm-evaluatie

Vanwege de voortdurende verbetering van de uitvoering van de kwaliteits- en innovatiekalender is begin 2022 een brede midterm evaluatie afgerond. Meer dan tweehonderd vertegenwoordigers uit de academische gemeenschap deden mee aan een gesprek over deze evaluatie. De evaluatie leidde tot een aantal concrete adviezen over de verdere aanscherping van de kwaliteit van het onderwijs. Deze aanscherping vond plaats in de tweede helft van 2022 in de vorm van drie universiteitsbrede dialogen met de volgende thema’s: 1. Hoe wordt de persoonlijke ontwikkeling van de student gevoed door de waarden van de EUR; 2. Hoe krijgt dit zijn weerslag in een meer toegespitste visie op impactgedreven leren? 3. Hoe vertalen we de lessen van de Covid 19-pandemie naar beter online onderwijs? 

Extra middelen voor faculteiten en de centrale programma’s vanaf 2023

De EUR kreeg over de periode 2019 tot en met 2022 meer studenten. Dat betekent dat er ook meer middelen beschikbaar kwamen om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Na een berekening van de resterende middelen op basis van de gestegen studentenaantallen, kregen de faculteiten van het College van Bestuur in het tweede kwartaal van 2022 die extra middelen toegekend voor de periode 2023 en 2024. Daarmee kunnen de faculteiten met instemming van de medezeggenschap in 2023 en 2024 extra maatregelen nemen. In mei 2022 bespraken de faculteiten samen op welke thema’s kon worden gefocust. Medio september 2022 had een merendeel van de faculteiten de nieuwe plannen klaar. Ze zijn besproken en soms zelfs gezamenlijk ontworpen met de medezeggenschap. De facultaire medezeggenschap stemde eind 2022 in met de besteding. Een verantwoording heeft vanaf 2023 plaats. 

Ook voor de centrale programma’s komen extra middelen beschikbaar. Tussen september en december 2022 vond brede afstemming plaats over de aanscherping van thema’s in aanwezigheid van de Universiteitsraad. Het resultaat waren drie dialoograpportages waarmee de onderwijsvisie in 2023 wordt aangescherpt. In samenspraak met de Universiteitsraad worden thema’s aangewezen waarop extra wordt geïnvesteerd. 

Versnelling van online leren door CLI

In 2021 werden via het project ‘EU_online’ al middelen gereserveerd om in 2022 de online onderwijskwaliteit te verbeteren. Dit onlineonderwijs wordt ontworpen en docenten werken aan de bijbehorende didactiek. Ook wordt een sociale omgeving gecreëerd voor studenten die door omstandigheden het onderwijs volledig of grotendeels online volgen. 

Visie op impactgedreven onderwijs: opmaat voor opschaling

Uit de midterm-evaluatie bleek dat er een grote behoefte is om studenten vaardig te maken in het academisch benaderen van complexe, realistische uitdagingen. Er komt in het derde jaar van de bacheloropleidingen en in de masteropleidingen meer ruimte voor studenten om aan realistische casuïstiek te werken met partners van binnen en buiten de universiteit. 

Manifest studentenwelzijn: studentsucces steeds meer centraal

Tijdens de opening van het academisch jaar 2022-2023 ondertekenden rector magnificus Annelien Bredenoord en de vice-decanen onderwijs van alle faculteiten een manifest over studentenwelzijn. In het manifest zijn zeven punten opgenomen om een beter welzijn voor alle studenten aan EUR te creëren. 

Studentenhuiskamer krijgt een definitieve plaats op campus

Na een tijdelijke behuizing, werd een nieuwe huiskamer, de Living Room, geopend in het nieuwe Langeveldgebouw. De huiskamer wordt dagelijks door meer dan honderd studenten bezocht om te ontspannen of om informatie te krijgen over het verbeteren van het persoonlijk welzijn.

Toelichting op de voortgang kwaliteits- en innovatiekalenders (2019-2024)

Om een beter inzicht te krijgen wat de investeringen in 2022 opleverden, volgt hier een overzicht per thema.

Persoonlijke en Professionele Ontwikkeling (OC&W-thema’s 1 en 2)

De projecten richten zich op meer en betere begeleiding in kleine groepen van studenten in het vaardighedenonderwijs. 

Doelstellingen voor de periode 2019-2024:

  • Vaardigheidscursussen richten zich op de persoonlijke ontwikkeling en aansluiting op de loopbaan/arbeidsmarkt;
  • Extra begeleiding van studenten vindt plaats ongeacht hun achtergrond, herkomst en vooropleiding en gebeurt proactief en structureel;
  • Plannen richten zich op het verbeteren van de preventie en de ketenzorg en op het bespreekbaar maken van mentale problemen onder studenten.

Faculteiten stellen de plannen persoonlijke- en professionele ontwikkeling van studenten op en voeren ze uit. Studentenwelzijn is een centraal programma dat in samenwerking met de faculteiten het brede welzijn van studenten versterkt. 

Wijzigingen ten opzichte van 2021

In de periode 2019-2021 is veel vaardigheidsonderwijs ontwikkeld. Conclusie uit de midterm-evaluatie in 2022 is dat veel vaardigheidsonderwijs zich richt op academische- en leervaardigheden en op arbeidsmarktoriëntatie. In de toekomst is meer focus nodig op de bredere ontwikkeling van de student in het kader van impactgedreven onderwijs.

In 2022 werd een aantal projecten over het ontwikkelen van studie- en leervaardigheden en arbeidsmarktvaardigheden afgerond door de faculteiten. Die cursussen zijn opgenomen in de studieprogramma’s, met name in de bacheloropleidingen (ESHCC, FGG/Erasmus MC, RSM, Esphil, ESL). Studenten zijn tevreden over de cursussen. 

Projecten uit de kwaliteits- en innovatiekalender over de bredere competentie-ontwikkeling zijn voortgezet of zelfs uitgebreid. Dat geldt bijvoorbeeld voor het MentorMe programma van RSM, gericht op de brede persoonlijke en professionele ontwikkeling van studenten. Een ander voorbeeld is het project ‘Verrijking van de leerervaring’ van de Erasmus School of Philosophy, waarbij studenten met studieactiviteiten buiten de studie zich breder ontwikkelen.

Studenten Welzijn in 2022 (OC&W-thema 2)

Onlosmakelijk onderdeel van de persoonlijke ontwikkeling van de student is het persoonlijk welzijn van elke student, ongeacht diens achtergrond of persoonlijke omstandigheden. Doelstellingen zijn:

  • Het creëren van een laagdrempelige, niet commerciële plek om elkaar te treffen in de vorm van een studentenhuiskamer (in het kader van preventie);
  • Het verbeteren van de informatie over studentenwelzijn in de vorm van een welzijnsplatform (MyEur) waarin informatie makkelijk te vinden is en waar studenten laagdrempelig hulp kunnen vragen;
  • Professionalisering van de hulpstructuur voor studenten;
  • Verzamelen van data over studentenwelzijn (onder meer met de studentenmonitor).

Wijzigingen ten opzichte van 2021

In 2022 zijn alle doelstellingen van projectplannen gerealiseerd. Met effect: uit de studentenmonitor 2022 lijkt een lichte verbetering op te treden in het welzijn van studenten. De studenthuiskamer doet zijn werk. Deze trekt dagelijks honderd studenten aan, al zo’n 18.000 sinds de opening. 

De webpagina van het welzijnsplatform had 42.000 pagina-bezoeken. Met een manifest, ondertekend door de Rector Magnificus en de vice-decanen van alle faculteiten, is een belangrijke stap gezet naar een volgende fase van het implementatieplan. Dat is de versterking van de aandacht voor het welzijn van de student binnen het onderwijs.

Investeren in innovatiekracht van docenten (OC&W-thema 6)

De innovatiekracht van docenten wordt primair door de CLI ondersteund. CLI ontwikkelde een aanbod voor docenten dat hen in staat stelt de kwaliteit en innovatie van hun onderwijs te versterken. Het aanbod van de CLI maakt het mogelijk voor docenten om zich voortdurend aan te passen aan nieuwe en zich ontwikkelende ideeën over goed onderwijs. Specifiek gaan de korte cursussen van de CLI over impactgedreven onderwijs, nieuwe didactische inzichten uit de wetenschap en nieuwe technologische en online mogelijkheden.

Wijzigingen ten opzichte van 2021

Alle subdoelstellingen voor 2022 zijn behaald. Er namen 378 docenten deel aan het portfolio van 21 korte cursussen (microlabs) die sinds de start van de kwaliteitsafspraken werden ontwikkeld. Sinds de start van de regeling Kwaliteitsafspraken volgden 1312 docenten een microlab over onderwerpen zoals impactleren, (online) didactiek en duurzaamheid. Via webinars werden docenten in 2022 nog directer ondersteund bij hun kennisvragen. In TeachEUR is inmiddels een databank met meer dan 56 didactische werkvormen beschikbaar.

Een tweede belangrijk instrument van de CLI om docenten in de gelegenheid te stellen ‘evidence based’ te innoveren, is het faciliteren van docenten in de vorm van fellowships. Inmiddels zijn dertig fellows actief op alle thema’s van de kwaliteits- en innovatiekalender van de EUR. Zij wisselen ervaringen uit in een Community of Practice. De Communities of Practice zijn een belangrijk instrument van de CLI om met docenten in gesprek te gaan over hoe zij zich verder ontwikkelen en wat zij daarbij nodig hebben. De Community of Practice van docenten kwam regelmatig bij elkaar.

Persoonlijk en Online Leren (OC&W-thema 4 en 5)

Persoonlijk en online leren gaat over het vernieuwen van de online leeromgeving voor studenten en die studenten daardoor beter uitdagen. Innovaties stellen studenten in staat om: 1. buiten de campus en in hun eigen tijd te leren; 2. meer en betere feedback op het leerproces te ontvangen; 3. het onderwijs aan te passen aan specifieke leervragen. Faculteiten besteden zelf veel aandacht aan het ontwerp van een online leeromgeving, maar de aanjaag- en ontwikkelfunctie van de CLI is cruciaal. Daarnaast worden de faculteiten en de CLI versterkt door de ‘out of the box’-experimenten van Erasmus X, het innovatielab dat in co-creatie met studenten initiatieven ontwikkelt.

Wijzigingen ten opzichte van 2021

De CLI behaalde in 2022 alle afspraken op het gebied van persoonlijk en online leren. Het centrum ondersteunde 43 aanvragen van faculteiten, zoals bijvoorbeeld de vraag rondom Edubadges. Dat is een certificaat dat een student ontvangt na een extra activiteit in het kader van bijvoorbeeld impactleren. In het project Edubadges experimenteert de CLI in samenwerking met alle faculteiten met principes op het gebied van flexibel onderwijs. Die zijn in de toekomst belangrijk voor studenten.

Het herontwerp van onlineonderwijs naar aanleiding van de Covid 19-pandemie is voor een groot deel belegd bij de CLI. Vier projecten met nieuwe technologieën voor online en hybride onderwijs zijn in 2022 getest. Een voorbeeld is het project E-portfolio waardoor de persoonlijke en professionele ontwikkeling van de student wordt gevolgd. Verder bouwt CLI verder aan de ontwikkeling van online didactiek en onderwijsontwerp in het programma EU-online.

Bij de facultaire projecten rondde FGG/Erasmus MC drie belangrijke online leren projecten af. De opbrengsten worden in de opleidingsprogramma’s van geneeskunde gebruikt. De investeringen in het versnellingsplan online leren en toetsen en het verbeteren van de hybride en online collegezalen bleven ongewijzigd. Bij ESHCC, RSM en Esphil bleef de inzet op de thema’s Personalized en Online Leren ongewijzigd. De Erasmus School of Economics zag de investeringen enigszins groeien, maar dat leidde niet tot een wijziging in de innovatieprojecten op dit thema.

Persoonlijk en Online Leren: acceleratie door Erasmus X (OC&W-thema 4)

Erasmus X initieert innovaties waarmee problemen op een andere manier worden aangepakt, gericht op betere oplossingen. Ook gaat het erom om op meer uitdagende en effectievere manieren onderwijs aan te bieden. Het radicale innovatieproces dat Erasmus X hanteert, betekent dat niet alle innovaties tot implementatie leiden; de projecten die Erasmus X in 2022 uitvoerde, laten echter vooral zien welke brede impact Erasmus X heeft op studenten, docenten en de leerervaring bij veel faculteiten. Net zoals bij gepersonaliseerd en online leren, test Erasmus X nieuwe aanpakken die impactgedreven leren een boost geven. De motor was vorig jaar het project Redefining the ClassroomRedefining the Classroom bouwt een nieuwe manier van leren in de wijk en doet dat met studenten, scholen in de wijk en andere partners. In het HefHouse wordt samen met de gemeente en de Hogeschool Rotterdam gewerkt aan een verbinding met de jongeren in de wijk. Ook ontwikkelen studenten van de EUR en van Europese partnersteden gemeenschappelijke projecten. Studenten van het Erasmus University College vervullen hier een maatschappelijke stage samen met Stichting Werkshop en studenten van de Rotterdam School of Management. Ze gebruiken het HefHouse als springplank om projecten uit te voeren die maatschappelijke impact hebben. De aanpak wordt ontwikkeld in samenspraak met faculteiten en met Impact at the Core. In 2023 wordt onderzocht of en hoe Redefining the Classroom helpt bij de opschaling van het impactleren van alle faculteiten. 

Ace yourself App

De EUR hecht veel waarde aan het vergroten van de toegankelijkheid voor studenten uit het voortgezet onderwijs. Hoe versterk je de veerkracht van studenten die willen starten bij de EUR en hoe vergroot je hun kansen op succes? Een deel van de oplossing ligt in een app die studenten helpt om hun zelfinzicht te vergroten en hun studie- en zelfregulerende en studievaardigheden te versterken en aankomende studenten helpt bij de voorbereiding op hun studie. Samen met veertig partners is in 2022 verder gewerkt aan het functioneel ontwerp van deze app. Niet alleen de EUR en scholen in de regio hebben interesse, ook VU Amsterdam en de universiteiten van Tilburg en Maastricht gaan er gebruik van maken.

Augmented University

Hoe ontwerp je een digitale universiteit die grote groepen studenten beter ondersteunt tijdens de start van hun studietraject? Die vraag is relevant vanwege de schaalgrootte van een universiteit en de verscheidenheid aan (digitale) platformen waarop informatie met de studenten wordt gedeeld. Digitaal is handig omdat nu eenmaal niet alles fysiek kan. Online-voorzieningen zijn bovendien ruimer toegankelijk dan een fysiek loket.

De ontwikkeling leidde tot het project ‘Augmented University’. Na onderzoek werd in samenwerking met de Erasmus School of Law een app ontworpen die studenten helpt bij het begin van hun studie en hen helpt beter informatie over hun studie te vinden. Een groep van 608 studenten testte de app. Uit onderzoek bleek dat studenten die de app gebruikten, beter geïnformeerd waren en zich beter geïnformeerd voelden dan andere studenten. De Erasmus School of Law besloot daarom de app volledig te integreren in de faculteit. Bij aanvang van het nieuwe studiejaar werd de app geïntroduceerd voor alle studenten bij de Erasmus School of Law. Driekwart van de studenten downloadde de app. De app wordt ook geïntroduceerd bij de nieuwe faculteiten (ESSB, ISS).

Online Virtual Campus

Hoe daag je studenten op nieuwe manieren uit om hun kennis te gebruiken om gezamenlijk uitdagingen op te lossen? Erasmus X ontwikkelde in 2020 een virtuele campus tijdens de Covid 19-pandemie die de prestigieuze ‘best class award’ won. Deze virtuele campus werd ook in 2022 verder ontwikkeld. Er zijn cursussen ontwikkeld en geïmplementeerd bij de Erasmus School of Law, de Erasmus School of History and Communication and de Rotterdam School of Management. Kern van de innovatie is dat studenten in online en gamificed leeromgevingen worden uitgedaagd om hun kennis te gebruiken om uitdagingen op te lossen. Uitgangspunt is dat studenten in zo’n leeromgeving hun kennis leren toepassen. Het gaat hier dan om grote groepen studenten, bij de Erasmus School of Law bijvoorbeeld om 1500 studenten in één cursus.

Impactgedreven leren (OC&W-thema 4)

Het is de ambitie van de EUR om met haar onderzoek en onderwijs bij te dragen aan het creëren van positieve impact op belangrijke en complexe uitdagingen. Impact at the Core startte  in 2020. Het programma richt zich op het ontwikkelen van impactgedreven onderwijs. Doel is om in 2024 iedere student in ieder studieprogramma van de EUR tenminste één keer onderwijs aan te bieden waarbij studenten samen met direct belanghebbenden van buiten de universiteit werken aan maatschappelijke en/of transitie-vraagstukken. Verder is het de bedoeling een uitvoerbaar en betaalbaar didactisch model te ontwerpen. Docenten moeten voldoende worden ondersteund door instrumenten die helpen bij het samenwerken met de buitenwereld. Een voorbeeld is een stakeholder managementsysteem. 

Nieuw ontworpen vakken ten opzichte van 2021

Het afgelopen jaar zijn 31 vakken opnieuw ontworpen. De ervaringen werden samengevat, besproken en gebruikt voor een ontwerp dat voor onderwijs bij alle programma’s bruikbaar is. Het onderwijs wordt in de komende jaren aangeboden voor alle studenten. Daarom is een aantal dingen ontworpen in 2022:

  • Een gedeelde visie op impactleren die gedragen wordt door alle faculteiten;
  • Een didactisch framework dat taken en rollen van docenten en partners van buiten de universiteit beschrijft, specifiek gericht op het laatste jaar van de bachelor;
  • Een pilot in een minor (Impact Space) waarmee het didactisch framework is getest en geëvalueerd. Het blijkt bruikbaar voor studenten, stakeholders en docenten;
  • Een pilot van een digitaal instrument dat docenten helpt bij het organiseren van contacten met stakeholders in opdrachten die aantrekkelijk zijn voor studenten. Het is geïmplementeerd bij de Erasmus School of Law en kan worden gebruikt voor andere faculteiten;
  • Een samenwerking met de hoger onderwijsinstellingen in Rotterdam en de gemeente met betrekking tot energietransitie en veerkracht;
  • Een interdisciplinaire masteropleiding bij de Erasmus School of Philosophy die als blauwdruk kan dienen voor het ontwikkelen van impactgedreven onderwijs in het masterportfolio;
  • Een model van experimenteel en impactgedreven onderwijs bij de Rotterdam School of Management; diverse cursussen impactgedreven onderwijs bij Erasmus School of Law;
  • De doorontwikkeling van onderwijs aan honours studenten bij Erasmus School of Social and Behavioral Science en Vital Cities, Vital Citizens. 

Bevindingen Raad van Toezicht en Universiteitsraad

Bevindingen Raad van toezicht

De Kwaliteitscommissie van de Raad van Toezicht neemt kennis van de genomen maatregelen die dienen ter versterking van de kwaliteit van het onderwijs in het kader van de Kwaliteitsafspraken. Daarnaast neemt zij kennis van de wijze waarop de middelen die beschikbaar waren in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs, worden ingezet. Zij voelt zich goed geïnformeerd en is verheugd dat de Erasmus Universiteit goede stappen neemt in de versterking van het studentsucces & studentenwelzijn en de kwaliteit van onderwijs die studenten geboden wordt.

Kwaliteitsafspraken

De Kwaliteitscommissie was in 2022 betrokken bij de afronding van de midterm evaluatie van de programma’s en initiatieven die worden uitgevoerd op basis van de Kwaliteitsafspraken. Zij nam kennis van de opbrengsten van de maatregelen gericht op het welzijn van de studenten in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs. De Kwaliteitscommissie ontving uitgebreide informatie over de voortgang en tussentijdse uitkomsten van alle betrokken programma’s en kreeg in de aanloop van de jaarlijkse verslaglegging informatie over de realisatie van de projecten in 2022.

De Kwaliteitscommissie nam kennis van de aanbevelingen van het panel van de midterm evaluatiecommissie. Het panel of peers adviseerde om nog meer samenhang aan te brengen in het implementeren van impact gedreven onderwijs en een duidelijkere verbinding te maken met de Erasmiaanse Waarden. De Kwaliteitscommissie heeft er vertrouwen in dat deze samenhang tot stand wordt gebracht door het herformuleren van een samenhangende onderwijsvisie waarmee de universiteit in de tweede helft van 2022 startte. Hiertoe zijn drie dialogen georganiseerd met een brede vertegenwoordiging vanuit studenten, docenten, stafmedewerkers en vertegenwoordigers van de medezeggenschap. Het leiderschap van de faculteiten heeft uitgebreid gediscussieerd over de betekenis van de Erasmiaanse waarden en impact gedreven onderwijs. De Kwaliteitscommissie ziet deze dialogen als een bekrachtiging van de observatie van het panel, dat er een stevige kwaliteitscultuur is bij de Erasmus Universiteit. Faculteiten slagen er steeds beter in om gezamenlijk uitgangspunten voor het onderwijs en de onderwijskwaliteit te bepalen. De Kwaliteitscommissie is verheugd over de reflectie van de Universiteitsraad dat ook zij zich beter betrokken voelt.

De Kwaliteitscommissie ziet daarnaast verbeterpunten die aankomende periode de aandacht verdienen. Deze betreffen de aanbeveling van het midterm review panel om beter inzicht te krijgen in de daadwerkelijke effecten van de verschillende projecten voor student en docent in het hier-en-nu. Tweede belangrijke aandachtspunt betreft de verdere inrichting van het systeem van kwaliteitszorg. Het rapport van de midterm commissie gaf aan dat de werking van het kwaliteitszorgsysteem niet is geëvalueerd. De Kwaliteitscommissie heeft er vertrouwen in dat dit punt in 2023 goed wordt opgepakt, mede in samenhang met de implementatie van de vastgestelde onderwijsvisie

Nationaal Programma Onderwijs

De Kwaliteitscommissie werd geïnformeerd over de planvorming van de NPO-middelen, specifiek gericht op studentenwelzijn, in- en doorstroom van studenten en de voortgang van het onderzoek voor wetenschappers met een tijdelijke aanstelling. De middelen hebben bijgedragen aan het versterken van de sociale binding en cohesie van studenten; het bespreekbaar maken van het mentale welzijn van studenten en het uitbreiden van de voorzieningen voor studenten die dit nodig hebben. De Kwaliteitscommissie heeft er vertrouwen in dat de geleerde lessen hun plek vinden in het verbeteren van in- en doorstroom alsmede het welzijn van studenten. 

Bevindingen Universiteitsraad

Wat nu volgt is de reflectie van de HoKa-werkgroep van de Universiteitsraad met betrekking tot de ontwikkelingen van de HoKa-investeringen in het afgelopen jaar. Deze reflectie is opgesteld in het kader van het Jaarverslag 2022 van de Erasmus Universiteit (EUR) en is een onderdeel van de evaluatie van de Kwaliteitsafspraken bij de EUR. Het verdient vermelding dat dit document is geschreven door de huidige leden van de HoKa-werkgroep van de Universiteitsraad; een aantal van hen heeft gewerkt aan de HoKa-gerelateerde thema’s in het academisch jaar 2022-2023 en was daarom aanwezig bij de opstelling en vastlegging van de oorspronkelijke HoKa-gerelateerde plannen noch tijdens de eerste twee kwartalen van 2022.

Dit reflectiedocument bestaat uit diverse delen. Ten eerste bevat het een algemene samenvatting van de HoKa-gerelateerde investeringen. Ten tweede beschrijft het de sterke en zwakke punten van elk van de centrale HoKa-projecten (Student Wellbeing, Impact at the Core, ErasmusX, en Center for Learning and Innovation). Ten derde worden er namens de HoKa-werkgroep conclusies en aanbevelingen gegeven ten aanzien van het HoKa-project.

Globaal overzicht van de HoKa-investeringen door de HoKa-werkgroep

De HoKa-werkgroep heeft een aantal voor- en nadelen van het huidige functioneren van de HoKa-investeringen uiteengezet. Wat de voordelen betreft, is het de HoKa-werkgroep opgevallen dat er een goede en proactieve samenwerking is met de verschillende vertegenwoordigers en beleidsmakers van elk project. Het uitgangspunt is bijvoorbeeld dat alle leden een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en het functioneren van de projecten door middel van consistente en periodieke vergaderingen. Op deze manier worden de meningen van de Universiteitsraad in een vroeg stadium verwerkt en ook nog eens meegenomen in de definitieve besluitvormingsstadia van de HoKa-projecten, zowel wat betreft co-creatie als qua financiën. Verder bieden de HoKa-projecten ruimte voor samenwerking tussen verschillende faculteiten. Dit vergroot de opties voor interdisciplinariteit bij de EUR en sluit daarmee aan bij de onderwijsvisie van de EUR.

Daarnaast worden de HoKa-projecten in toenemende mate geïmplementeerd in vaardigheidsvakken binnen bacheloropleidingen. Dit is gunstig omdat een groot deel van de studentenpopulatie baat heeft bij toegang tot deze innovaties en bij de voortzetting van deze projecten na de HoKa-investeringsregeling via een meer centraal gefinancierde regeling.

De HoKa-investeringen zorgen echter ook voor diverse uitdagingen en kennen zwakke punten. Er zijn nog steeds veel bureaucratische behoeften waarin moet worden voorzien en die hebben een negatief effect op de tijd die nodig is om projecten te starten. Daarmee komen we op een tweede minpunt, namelijk dat leden van de Universiteitsraad vaststelden dat diverse door HoKa gefinancierde projecten minder effect hebben voor huidige studenten en waarschijnlijk pas worden geïmplementeerd of voordeel opleveren in latere jaren.

Vanuit het perspectief van de Universiteitsraad kan de monitoring van HoKa bovendien verwarrend zijn. Doordat de HoKa-plannen vier jaar geleden zijn opgesteld en doordat de samenstelling van de overlegorganen per jaar of per twee jaar opnieuw wordt bepaald, bestaat het risico van een gebrek aan continuïteit in het toezicht op de voortgang van het project. De activiteiten van het academisch jaar 2022-2023 zijn langzaam en met enige vertraging van start gegaan, vooral door verwarring over de activiteiten die werden vereist van de overlegorganen van HoKa.

Daarnaast wordt er in de waarden van de EUR veel belang gehecht aan duurzaamheid. Daarom wil de HoKa-werkgroep in het kader van de EUR-waarden meer focus op duurzaamheid zien binnen de HoKa-projecten.

Ten slotte wijzen de leden van de U-raad op een gebrek aan passende maatregelen als het gaat om de impact van HoKa-projecten op onderwijs en de huidige studentenpopulatie. Meer in het bijzonder is het moeilijk om te beoordelen of ze meer voordelen opleveren dan alleen de tevredenheid van de studenten die deze projecten hebben aangedragen.

Centrale HoKa-projecten van de EUR

Student Wellbeing

Het project Student Wellbeing boekte veel vooruitgang met de haar subprojecten. De Living Room en de Personal Support Hub kregen bijvoorbeeld een permanente locatie op de campus, op een centrale plek op de begane grond van het pas geopende Langeveld Building. Daarmee slaagt de Living Room erin om veel studenten te trekken. Ook kijken we, na de ondertekening van het Student Wellbeing Manifest door de rector magnificus en de prodecanen onderwijs, verwachtingsvol uit naar de ontwikkelingen binnen het project Student Wellbeing als gevolg van het besluit.

De vertegenwoordigers van de HoKa-werkgroep komen ongeveer twee keer per maand samen met het projectteam van Student Wellbeing en zijn tevreden over dit team. De communicatie is duidelijk, ze krijgen voldoende updates over de projecten en vragen worden afdoende beantwoord. De vertegenwoordigers hebben het gevoel dat hun input en feedback zeer worden gewaardeerd. 

Impact at the Core

Het project Impact at the Core is in het afgelopen jaar verder verbeterd. Er is vorig jaar een groot aantal vakken geïmplementeerd die bijdroegen aan impactvol onderwijs in 2022. De in 2022 ontwikkelde subprojecten zijn vooral gericht op derdejaars bachelor studenten, met name in de minors. We zien de voordelen van de ontwikkeling van onderwijsprogramma’s dankzij de inspanningen van Impact at the Core, maar ook valt op dat de impact van deze subprojecten op de studentenpopulatie beperkt is. Het gaat immers om een kleine groep studenten die een minor volgt. Het is echter belangrijk om hier ook te vermelden dat er al voorbereidingen zijn getroffen voor een opschaling van de activiteiten in 2023, waardoor er meer studenten kunnen worden bereikt. Verder is het projectteam zeer actief geweest in het promoten van het thema van impact op de bredere EUR-community via andere activiteiten, zoals de Impact Week.

De vertegenwoordigers van de HoKa-werkgroep komen ongeveer twee keer per maand samen met het projectteam van Impact at the Core om diverse aspecten van het project te bespreken. Tijdens de gesprekken krijgen we altijd voldoende ruimte om (kritische) vragen te stellen, meningen te uiten en ideeën aan te dragen. Bovendien worden er in deze gesprekken vaak verbanden gelegd met andere ontwikkelingen op de universiteit, zoals de Convergence (samenwerking tussen EUR, FGG/Erasmus MC en TU Delft). Dit is belangrijk met het oog op efficiëntie en effectiviteit.

ErasmusX

Het project ErasmusX verloopt goed, er zijn duidelijk verbeteringen opgetreden in vergelijking met voorgaande jaren. De U-raad is zich ervan bewust dat de vooruitgang moet worden bezien vanuit de aard van het project. Een aantal projecten is niet geslaagd, maar velen waren er wel succesvol in het realiseren van innovatief onderwijs voor veel studenten. Er zijn bijvoorbeeld goede resultaten geboekt met de ‘Ace Your Self-Study’-app, waar eerstejaars studenten baat bij hebben gehad. Ook is er een nieuw stadium van de ‘Online Virtual Campus’ ontwikkeld bij meerdere faculteiten, wat leidde tot innovatief onderwijs voor een groot aantal studenten.

De vertegenwoordigers van de HoKa-werkgroep overleggen ongeveer twee keer per maand met het projectteam van ErasmusX en zijn tevreden over het projectteam vanwege hun bereidheid ons de benodigde informatie te verstrekken en het feit dat ze openstaan voor kritische vragen van onze kant. Aan het begin van het academisch jaar verliep de communicatie niet altijd even soepel. De werkgroep erkent dat dit deels te wijten was aan de personele wijzigingen binnen ErasmusX. Later in het jaar werden de begrotingen bovendien nogal laat naar de HoKa-werkgroep gestuurd. We benadrukken het belang dat dit niet nog eens gebeurt, vooral omdat het tijd kost om de begroting adequaat te beoordelen.

Er is echter nog geen indicatie van hoe het succes van deze projecten zal worden gemeten. De Universiteitsraad vindt ook dat er onvoldoende toezicht op ErasmusX wordt gehouden als het gaat om de implementatie van de projecten. Het projectteam wordt niet geacht verantwoordelijk te zijn voor de implementatie van projecten en door dat gebrek aan toezicht lukte het soms niet om projecten te integreren in onderwijsprogramma’s. Dit is zorgwekkend omdat het betekent dat geld en inspanningen voor de ontwikkeling van innovatieve projecten, tijdens de implementatiefase verloren gaan.

Center for Learning and Innovation

Dit jaar werkt de HoKa-werkgroep nauwer samen met het projectteam van Center for Learning and Innovation (CLI). We zijn tevreden over de inspanningen van het CLI-team om ons feedback te geven en ons te betrekken bij de gesprekken en besluitvorming over hun projecten. De vertegenwoordigers van de HoKa-werkgroep hebben in 2022 diverse afzonderlijke vergaderingen gehad met het projectteam van CLI. We beseffen echter dat we meer inspanningen moeten leveren door vaker aanwezig te zijn bij deze gezamenlijke vergaderingen en nauwer contact te onderhouden met het projectteam van CLI.

Verder is de Universiteitsraad tevreden over de ontwikkeling van de CLI-subprojecten, zoals de Edu-badges. Dit project ondersteunt specifiek interdisciplinariteit en flexibel onderwijs binnen EUR. Bovendien hebben de, op online leren gerichte, projecten bijgedragen aan het onderwijs van studenten die lessen niet persoonlijk kunnen bijwonen. Daarmee sluiten de projecten aan bij de Universiteitsraad-waarden toegankelijkheid en flexibiliteit.

Aanbevelingen

  • De universiteit moet tijdige en systematische training of onboarding bieden voor de nieuwe leden van de overlegorganen van HoKa.
  • Er moet systematisch academisch onderzoek komen dat specifiek gericht is op de impact van HoKa-projecten op de kwaliteit van onderwijs, evenals op de mate waarin huidige studenten van deze projecten profiteren.
  • De universiteit moet toezicht op de implementatie van projecten faciliteren, specifiek ten aanzien van ErasmusX, om ervoor te zorgen dat de inspanningen in innovatieve projecten vervolgens ook worden verwerkt in onderwijsprogramma’s binnen faculteiten.

UITGELICHT

Onderwijs en transities in Rotterdam

Positieve impact is een belangrijk onderdeel van de strategie van de EUR. De maatschappij wordt met grote uitdagingen geconfronteerd en de EUR wil midden in die maatschappij staan en die uitdagingen dus aangaan. Daarom organiseerden we in het najaar met kopstukken van de gemeente Rotterdam en de universiteit een Impact Educatie Dialoog. De vraag die centraal stond: hoe kan het onderwijs bijdragen aan het vormgeven van de transities in Rotterdam?   

Versie:
v6.1.1

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report